woensdag 18 juni 2014

Mijn broer was ook in Valencia

Het is al weer een maand of wat geleden, maar rondom mijn 68-ste verjaardag troffen Erna en ik in Valencia mijn broer Hans. Hij woont al jaren in Murcia, El Palmar te Spanje. Speciaal voor mijn cumpleaños reisde hij per trein naar de Spaanse sinaasappelstad, waar wij dat per bus, trein en vliegtuig vanuit Holanda deden. Nee, Nederland had toen nog niet met 5-1 van de huidige wereldkampioen voetbal (tot en met heden) gewonnen. De sfeer bij onze ontmoeting was dan ook uiterst plezierig. Hans haalde ons van het metrostation op het vliegveld op en had nauwkeurig de route naar ons hotel verkend, zodat wij onder zijn leiding zonder enig probleem onze hotelkamer konden betrekken.

In ons verblijf ter plaatse - Hans had onderdak in het Valenciaanse centrum - was ons meeting point het prachtige Valenciaanse spoorwegstation. Onderstaande foto's van hem, debuterend met zijn nieuwe camera, getuigen van de fraaiheid van dit gebouw.

















... onze vlucht arriveerde op tijd ...


... Hans logeerde bij de nonnetjes (DingDong) ...














... Centrale Markt ...


... goed voor mijn verjaarskado van Hans: 1 kg Spaanse noten! ...












... aan de horchata ...





Hans koerste uiteraard weer per trein a sa casa a Murcia. Wij zaten toen al in het vliegtuig op weg naar huis. Zeg nou zelf: een betere gids dan de vloeiend Spaans sprekende hermano Juan konden wij niet treffen. Zelfs het verschil tussen de dialecttinten van het Murciaans ten opzichte van het Valenciaans, waar wij totaal geen besef van hadden, wist hij zonder probleem te overtreffen. Kortom, zo'n stadsbezoek met zijn drietjes was/is een geslaagd uitstapje, dat voor herhaling vatbaar is. Herhaling is in het Spaans repetición, van vatbaar weet ik alleen het Spaanse woord voor vat (barril). Kijk, dan is het handig als je hermano Hans bij je hebt (over HH-Erlebnisse gesprochen). Hasta la próxima.

maandag 16 juni 2014

Rainy Monday on Sark, a world apart

Heb je de smaak van ‘hop on, hop off’ eenmaal te pakken, mag je vanaf Guernsey een bezoek aan Sark niet nalaten. Dagelijks, behalve op zondag, varen er boten van ‘Isle of Sark’. Wij boekten een dagretour om deze ‘wereld van dieven en moordenaars, van plunderaars en piraten’ te beleven. Zo ongeveer typeerde de vermaarde schrijver Rabelais beide eilanden Sark en Herm in zijn Pantagruel (1532). Van deze karakteristiek merkten we niets, wel werden we ons bewust dat we ‘in de tijd terug gingen’. Alleen al omdat er - net als op Herm - geen auto’s rijden, slechts paard-en-wagens en wat tractoren. Sark herbergt wel veel fietsers, in tegenstelling tot Herm, waar geen fiets-, maar alleen wandelpaden zijn.
Wandelen dus, vanaf aankomst met de boot in tien minuutjes over het wandelpad door een groene jungle naar boven. Je hoort paard-en-wagens en tractoren over de bredere, steile weg volgeladen met passagiers en bagage naar boven tuffen. Eenmaal bovenop The Hill, met de Avenue als hoofdstraat, ben je op het plateau dat Sark is. Wij begaven ons ondanks wat regen naar de Seigneurie, het woonhuis van de Seigneur, de hoofdman van een feodaal systeem dat tot 2006 nog bestond. Hij was de enige die het privilege genoot er een duiventil op na te mogen houden. Het huis is niet toegankelijk, maar de ommuurde tuinen wel. En die werden uitermate goed verzorgd. Wij troffen er twee hardwerkende dames, die in regenpakken afwisselend op hun knieën en voorover gebukt onkruid wiedden, en de bloemen en planten verzorgden. Ze waren verheugd ons te woord te kunnen staan, dan konden zij de rug ten minste even strekken. Uit hun mond vernamen wij de grillen van de Barclay Brothers, die op Sark alles opkopen wat van hun gading is. Van stukken bloemrijk land tot en met hotels. Ach ja, sommige mensen hebben nooit genoeg. Wij kregen van de schitterende tuinen geen genoeg, maar trokken toch nog even verder.
Eenmaal op Sark moesten we immers zelf constateren dat het eigenlijk twee eilandjes zijn. Dus wandelden we van Big of Greater Sark naar Little Sark. Die twee zijn met elkaar verbonden door La Coupée. Deze smalle rotsrug rijst zo’n zestig meter boven zee op. Het betonnen pad, inmiddels beschermd door leuningen (vroeger niet), biedt een fraai uitzicht op de woeste kliffen en de zee. Aan de oude zilvermijn van Little Sark zijn we niet toegekomen. Na een hapje eten in het Guesthouse aanvaardden we de terugweg met een laaggeprijsd afsluitend drankje in Fisherman´s Bar.




































































































































































































































































... stulpje van ...

... de Barclay-brothers op Brecqou ...