woensdag 19 oktober 2011

Het wonder van de Niagara

Het verhaal van de 'Maid of the Mist' is op zich al een fascinerend wonder. In het hoofdstuk over de 'Niagara Falls, de beroemdste watervallen ter wereld' geven wij aan dat het een 'eens-in-je-leven'-sensatie is om daar geweest te zijn en in zo'n schuit aan de voet van dat donderende water te dobberen. Die ervaring staat op ons netvlies geprint om nooit meer uit te vagen. Hoewel we niet eens meer weten op welke 'Maid of the Mist' wij nat werden.





Wat wij niet beseffen is dat al in 1818 op z'n minst een veertigtal kleine boten als veerdiensten of sightseeing bootjes op de Niagara River voeren. Schilderijen uit die tijd laten zien dat roeibootjes vanaf kades aan beide zijden van de rivier werden ingezet. Verschillende reproducties van waterverfdoeken, in de jaren 1830 geschilderd door W. H. Bartlett, hangen nog steeds aan de muren van diverse hotels en woonhuizen in de Niagara-regio. Het is onvoorstelbaar dat mensen en boottochtjes in de buurt van die machtige rivier door de eeuwen heen zo'n succesvolle combinatie blijken te zijn en te blijven. Business, business, business, het is de Amerikanen (en Canadezen) wel toevertrouwd. Het fenomeen is in dit geval zeer de moeite waard.




De originele 'Maid of the Mist stamt uit 1846


De originele Maid is aan de Amerikaanse zijde van het grensgebied gebouwd. De boot is in 1846 gedoopt en te water gelaten, echter niet bedoeld voor sightseeing. De stoomboot was ontworpen voor een veerdienst tussen de stad New York en het Canadese York bij Toronto.
Het veer diende tot 1848, toen de opening van een hangbrug tussen Canada en de Verenigde Staten een eind aan de noodzaak van een ferry maakte. Naar aanleiding daarvan besloten de eigenaren van de boottocht een sightseeing trip te maken, dichtbij de Falls.
Deze sightseeing tour werd een subiete hit. Door het grote succes was de bouw van een luxere boot al in 1854 meer dan gerechtvaardigd.

1854: De 'Second Maid of the Mist'


Deze vessel op stoom leek erg op de originele Maid. Hij was ook 17 voet lang en werd op 14 juli 1854 te water gelaten. Een van de meest illustere passagiers was in 1860 de prins van Wales, de latere Koning Edward VII. De Niagara Falls werden ter ere van zijn bezoek voor het eerst in floodlight gezet.
In hetzelfde jaar 1860 stak Niagara's wandelaar-over-het-slappe-koord Jean-Francois Gravelet, de 'Grote Blonde', verschillende keren boven de Maid de Niagara River over. Bij een van zijn oversteken droeg hij een oventje met blaasbalg, een schaal met zongedroogd voedsel en bestek bij zich. Hij plaatste de stoof op de gespannen draad, ontstak het vuur, wakkerde het met de balg aan en bereidde een omelet. Toen hij daar eenmaal klaar mee was, sneed hij de omelet in stukjes en liet deze op de schaal naar het dek van de in de rivier wachtende Maid of the Mist zakken, waar het eten aan de passagiers aan boord werd uitgedeeld!

1885: De 'Third Maid of the Mist'

Captain R. F. Carter en Frank LaBlond, inwoners van old Clifton (Niagara Falls, Canada), investeerden namens de 'Maid of the Mist Stoomboot Company Ltd. in een nieuwe Maid, die op 13 juni 1885 te water liep. Hoewel het de derde Maid was, werd hij de 'Maid of the Mist I' gedoopt. De vessel was iets kleiner, gebouwd van wit eiken (de twee partners staken tienduizend dollar in de constructie) en zeventig voet lang. De stuurhut was voorzien van glas. De boot stond geregistreerd in St. Catharines, de dichtstbijzijnde Canadese haven. De zaken liepen zo voorspoedig dat besloten werd een nieuwe, vierde vessel te bouwen, die 'Maid of the Mst II' gedoopt zou worden.

1892: De 'Fourth Maid of the Mist'

Dit vierde exemplaar was eveneens van sterk wit eikenhout gebouwd, maar was groter, namelijk negentien voet lang. Hij beschikte over twee krachtige motoren. Deze 'Maid of the Mist II' opereerde vanaf de basis aan de Amerikaanse zijde van de Falls.
Enorm groeiende ijswallen bedreigden Maid I en Maid II in 1909, 1938 en 1955 te vernietigen. Op 26 januari 1938 beukte zelfs een reusachtige ijsdam de twee Maids, maar veroorzaakte gelukkig geen ernstige schade. Op 22 april 1955 gebeurde de rampspoed toch, vlak voor het vaarseizoen zou beginnen. Het vuur van een lasbrander legde de schepen in de as. De schade werd op 350.000 dollar geraamd. De bouw van twee nieuwe schepen begon vrijwel onmiddellijk.

1955: The Little Maid

Om de vaartochten te handhaven begon men direct aan de bouw van een 40-voets-jacht. 'The Little Maid' getitelde schuit, die moest functioneren tot de nieuwe Maids zouden arriveren, was in minder dan een maand klaar. Hij vervoerde vanaf de Canadese kant van de grens 38 passagiers naar de Falls. Toen kwamen de nieuwe boten ter plaatse.

1955: De Fifth Maid of the Mist I

Hij werd in 1955 gebouwd, een nieuwe stalen Maid, kosten 100.000 dollar: de Maid of the Mist I. Hij ging varen op 28 juli 1955. De boot was 66 voet lang en kon 101 passagiers vervoeren. De dieselmotoren beschikten over 200 pk.
Vol trots vervulde deze Maid zijn rol tot 1990, toen werd hij verkocht.

1956: De Sixth Maid of the Mist II

De tweelingbroer van de Maid of the Mist I startte in juni 1956 in de benedenloop van de Niagara River. Zowel de Maid I als de Maid II waren geheel van staal gebouwd, in Ontario. In vier stukken werden ze over land naar de Canadese aanlegplaats gebracht, waar zij werden geassembleerd.
De Maid of the Mist II zou vanaf 9 juli 1960 een plaats in de geschiedenis verwerven.

1972: De Maid of the Mist III arriveert

De nieuwe, 65 voet metende, aan 150 passagiers plaats biedende Maid of the Mist III kwam op een andere manier dan de Maids I en II bij Niagara Falls terecht. Wel ook gebouwd in Ontario, maar over Lake Erie naar Chippawa, Ontario gevaren, waar hij in zijn geheel uit het water werd getild. Op een honderd tons truck legde de boot de laatste vijf kilometer langs de Niagara Parkway af, op weg naar de Falls in Ontario.
Op 13 juni 1972 liet men de schuit in zijn geheel over de rotswand naar de landingsplaats zakken. De operatie duurde een uur en werd gadegeslagen door duizenden gefascineerde lokale bewoners en toeristen. Deze Maid staat tot dan vanwege zijn manier van afleveren, vergeleken met de andere Maids, bekend als het grootste project ooit.
In 1976 zou een grotere, 72 voet lange Maid op dezelfde wijze worden afgeleverd. Daar werd later een bovendek op gebouwd om nog eens 60 mensen extra te kunnen vervoeren.

1976: De Maid of the Mist IV

Op 18 juni 1976 werd een nieuwe, grotere Maid of the Mist IV gedoopt. Bouwkosten liefst 400.000 dollar, gewicht 65 ton, lengte 72 voet, breedte 24 voet, aangedreven door twee dieselmotoren van 250 pk. Het aantal passagiers: 200. Daar werd nadien nog een bovendek op aangebracht voor 100 passagiers extra.

1983: De Maid of the Mist V

Gebouwd in Wheatly, Ontario komt deze nieuwe stalen Maid in juni 1983 op de Niagara River aan. Met een gewicht van 74 ton, dezelfde lengte en breedte als die van de Maid IV, maar twee motoren met een vermogen van 335 pk weer een slag forser. Deze kostte dan ook 500.000 dollar. Hij kwam in de plaats van de Maid of the Mist II, die eerder dit jaar werd verkocht.
Op 10 juni 1983 werd de Maid V gedoopt. Een van de eerste passagiers op deze nieuwe schuit was de Canadese premier Pierre Elliot Trudeau. De latere Sovjet-president Mikhail Gorbachev zou in hetzelfde jaar ook van een tochtje aan boord van deze Maid genieten.

1990: De Maid of the Mist VI

Opnieuw een doop op 14 juli, dit keer in 1990: de Maid of the Mist VI. Opnieuw groter: 80 voet lang, 30 voet breed, twee dieselmotoren van 350 pk. De grootste Maid tot nu toe kon 600 passagiers vervoeren. Hij werd dan ook in vijf stukken vervoerd, alvorens in het dok ter plaatse in elkaar te worden gezet.

1997: De Maid of the Mist VII

Weer een tweelingbroer, namelijk van de Maid of the Mist VI, ook in staat om 600 passagiers te herbergen, maar weer een slag forser. De Maid of the Mist VII werd op 11 juli 1997 te water gelaten: 145 ton zwaar, dubbeldeks en niet minder dan 1,3 miljoen dollar kostend. Even tevoren, op 31 mei 1997, waren niet minder dan veertien secties aangevoerd over de steile weg naar het laaggelegen dok aan de Canadese zijde.

150 Jaren van Magie

In 1996 vierde de Maid zijn 150ste verjaardag. En wat voor een verjaardag! Het hele seizoen stond in het teken van dat feest. De gouverneur van de staat New York eerde zowel de Maids met hun 150-jarig bestaan als James Glynn met zijn 25 jarig presidentschap van de Maids-company. Ter gelegenheid van de verjaardag werd een magnifieke prent van kunstenaar Paul Hanover uitgegeven - titel: 'De Maids of the Mist' - die in genummerde kopieën ook in handen van genodigden kwam. Met een gelimiteerde oplage van 500 eerste-druk-herinnerings postzegels/enveloppen deelden de postdiensten van canada en de VS in de feestvreugde. Tevens werd een nieuw vierkleurig logo met een afbeelding van de Falls geïntroduceerd als onderdeel van het een jaar lang durende feest.
Top of the bill was bovendien dat in de zomer van dit feestjaar VS-president Jimmy Carter en zijn echtgenote Rosalynn langskwamen in Niagara om een tochtje aan boord van Niagara's eigen 'love-boat', de Maid of the Mist, te maken ten einde hun 50-jarig huwelijksfeest te vieren.

Ontzag en fascinatie

Nog altijd brengen de Maids hun passagiers in vervoering - net als in het midden van de 19e eeuw - door hen vol ontzag voor de wervelende waterstromen onderaan de Falls de magie van de mist te laten ondergaan. Vanaf het moment dat je de krachtige dieselmotoren van zo'n boot voelt starten om van het dok weg te varen, hoor je het machtige gebrul van de neerstortende watermassa op afstand steeds dichterbij komen. Geboeid door dit natuurgeweld houd je deze indruk ongetwijfeld je hele leven vast.

'Niemand kan zeggen dat hij de watervallen heeft gezien, tenzij hij een tocht met de Maid of the Mist heeft gemaakt' 
   

De boten van de 'Maid of the Mist' vertrekken ieder half uur, zowel aan VS-zijde als aan de Canadese kant. 's Morgens staan er al dikke rijen aan de kassa, iedereen met de bedoeling om de sensationele boottocht te ondergaan. Daartoe is enige discipline vereist, want de menigte wordt door een overdekte sluis geperst, waar stuk voor stuk een lichtblauwe plastic poncho, opdruk  'Maid of the Mist', wordt uitgereikt. Hard nodig, maar wat moet je dan met je camera?


Geduldig wachten wordt uiteindelijk beloond. Dertig minuten op dat onstuimige water geeft een ongelovelijke kick. Dat is zeker niet na te vertellen, daar moet je tussen gestaan hebben. Horen, zien en ... voelen. Het brullende geraas, kletsnatte gezichten, waar vanzelf glundering op komt te staan. Het is een waanzinnig genot.


Als je na afloop nog een keer naar het schouwspel in de diepte kijkt, besef je het natuurgeweld. Dat besef je des te meer wanneer iemand je vertelt dat kortgeleden nog een 17-jarig Chinees meisje in het watergeweld is omgekomen. Dat wil je niet geloven, of toch wel?
Wat je slechts wilt geloven, omdat je het zelf ziet, is dat er in grote groepen ontzettend veel Chinezen naar de Niagara Falls afreizen. China blijkt ook hier de opkomende wereldmacht, naast India dat zich hier ook massaal laat vertegenwoordigen.
Maar dat macabere verhaal ...?  

'Op een plek waar je het neerstortende water bijna kunt vastgrijpen, zo dicht kun je erbij komen, zou het Chinese meisje op de ijzeren reling zijn gaan zitten. Zij wilde dolgraag onder het bruisende, opspattende, woelige water op de foto gezet worden. Liefst in een zo spannend mogelijke pose. Met een paraplu boven haar hoofd sloeg zij één been over het hekwerk heen.
Opeens gebeurde het: de wind sloeg onverwachts onder de paraplu. Het meisje verloor haar evenwicht en verdween in de diepte ... 
Een paar dagen later is zij teruggevonden.


Het is iets langer dan vijftig jaar geleden. Op een zonnige middag rond half drie staat kapitein Clifford Keech aan het roer van de ‘Maid of the Mist II’. Opeens, als hij de ‘Maid’ in de richting van de ‘shoe’ onder de Canadese Horseshoe Falls manoeuvreert, ontvouwt zich een historische gebeurtenis.
Captain Keech, zijn bemanning en zestig passagiers aan boord van het schip zijn zich op dat ogenblik niet bewust van het bootongeluk dat zich vijf minuutjes tevoren boven de Falls heeft voltrokken. Slechts gehuld in hun kleding en een  reddingsvest glijden twee mensen over de rand van de Falls in de diepte …
Het ware verhaal, de ‘true story’:
Vlak boven de Horseshoe Falls, in de bovenloop van de Niagara River, zitten drie opvarenden in een motorboot. De motor vertoont kuren en in een mum van tijd drijft het scheepje razendsnel naar de rand van de Falls ...

Op enkele tientallen meters voor de rand van de waterval kapseist het bootje en sleept de zevenjarige Roger Woodward, zijn zestienjarige zusje Deanne en de bestuurder van het vaartuigje, James Honeycutt, in zijn ondergang mee.

Stuurman Honeycutt verdrinkt in zijn onderdompelende val. Deanne wordt op wonderbaarlijke wijze gered door twee toeristen, die toevallig aan de Amerikaanse zijde van de grensrivier vlakbij de rand van de Falls staan.

Terwijl honderden mensen toekijken, klimmen twee mannen, beiden uit New Jersey en geen bekenden van elkaar, over een scheidingsmuurtje, grissen naar een paar handen en grijpen zodoende Deanne vast, precies op het moment dat zij over de rand te pletter zal vallen. Zonder kleerscheuren komt zij er vanaf, maar ze vreest uiteraard voor het leven van haar jonge broertje.
En dit is pas het eerste van de twee wonderen die deze dag plaatsvinden …
Vrijwel op hetzelfde moment dat Deanne is gered, wordt de jonge Roger wel over de rand van de Falls geslingerd, terwijl hij zijn reddingsvest aan heeft. Als geluk bij een ongeluk valt hij naast de rotsen, die onderaan de Falls liggen.

Aan boord van de ‘Maid’ is een luide kreet te horen: “Man overboord!”.  Captain Keech reageert watervlug en koerst in de richting van de jongen, die als een krankzinnige in de kolkende poel rondspartelt, drijvend gehouden door zijn dunne life-jacket.
Na een derde poging krijgt de jongen de reddingsband, hem toegeworpen vanaf de Maid, te pakken. Captain Keech draait de Maid in rondjes en wikkelt de band uiteindelijk om de doodsbange jongen heen.
Dan is Roger Woodward in luttele seconden veilig aan boord van de Maid …
In de 165 jaar sinds de eerste Maid of the Mist opstoomde in de woeste wateren van de Horseshoe Falls heeft een dergelijke spectaculaire gebeurtenis nooit meer plaatsgevonden. Het staat nog altijd te boek als de Maid’s ‘finest hour’.

Roger Woodward zou roem vergaren door als de vierde persoon over de Niagara Falls te gaan en in leven te blijven. De andere drie werden – in tegenstelling tot Roger –, voorafgaand aan de hiervoor geschetste geschiedenis, gewoon als waaghalzen beschouwd die in speciaal ontworpen constructies succesvol over de Falls afdaalden.
Roger Woodward is met zijn vrouw Susan en hun drie zonen sinds 1960 regelmatig naar Niagara Falls teruggekeerd. Bij een van die bezoeken beschreef hij zijn ongeluk als volgt:
“Toen ik vlak voor de Falls in het water belandde, werd ik boos omdat er niemand kwam om mij te redden. Steeds dichter de rand naderend begon ik voor mijn leven en dat van mijn zus Dee te vrezen. Ik zag mijn korte leventje voor mijn ogen langskomen. Ik wist dat mijn moeder kwaad op me zou zijn, omdat ik mijn bed niet had opgemaakt en omdat ik mijzelf in deze benarde situatie had gebracht. Ik was me absoluut doodgeschrokken.
Echter, net voor ik over het randje van de Falls zou kieperen (Roger kon dat zeggen omdat hij het gedonder van het water luider en luider hoorde worden), voelde ik vrede en rust. Ik was niet meer bang. Ik was tevreden met wat zou gebeuren”.
(Roger woont nu met zijn gezin in Alabama).

Mozes Mia, a whole lot of mooses


maandag 17 oktober 2011

Cape Cod, that Old Cape Magic

Hoe het leven van drie generaties kan worden beheerst door The Cape laat Richard Russo zien in zijn boek That Old Cape Magic. Elk jaar weer de op het eerste gezicht hopeloze zoektocht naar een appartement dat wel de status van een happyfew-vakantiehuis heeft, maar niet de prijs. De vlucht die The Cape biedt uit het alledaagse, als miserabel ervaren bestaan. En de warme deken die het over zelfs de kilste relaties legt.
Echte reistips heb ik in het boek niet gevonden, behalve als je graag wilt weten waar de upper- dan wel lowerclass zich ophoudt. Het goed geschreven boek brengt wel wat van de magie over die wij hebben ervaren toen we over de Sagamore en de Bourne Bridge het eiland op- en afreden. Gelukkig was dat in het najaar, want ’s zomers doen meer dan 80.000 auto’s per dag dat!


Rond Cape Cod hangt een bijna mythische sfeer. Zou dat komen omdat het fysiek zo’n buitenbeen is? Omdat daar zo veel eerste voetstappen van kolonisten zijn gezet? Of komt het omdat zo veel Amerikanen daar hun eerste vakantieherinneringen hebben? Voor ons liggen er in ieder geval onze eerste, tevens onvergetelijke vakantie-ervaringen ter plaatse. Terwijl wij - helaas - niet eens de tijd hadden om een gedacht bezoekje aan Nantucket en/of Martha's Vineyard te brengen. Ach, er moet altijd iets te wensen overblijven, nietwaar.
De Cape is nog altijd een geliefde vakantiebestemming. Elke zomer komen er meer dan dertien miljoen mensen naar de eindeloze stranden, de mooiste van New England, naar het natuurschoon en naar de oude koloniale dorpen van Cape Cod. De plaatsjes aan route 6A, die wij op de heenweg reden - de oude Kings Highway - hebben hun koloniale charme behouden. Veel oude huizen dienen er nu als antiekwinkels en herbergen. Aan de groene route zelf lijkt geen einde te komen, want hij bestrijkt tientallen bochtige kilometers, van een grote schakering kleuren voorzien. Genieten dus.

Cape Cod, dat de vorm heeft van een krabbenschaar, levert Massachusetts liefst ruim 450 kilometer extra kustlijn op. Een groot deel daarvan is slechts toegankelijk voor de eigenaren en huurders van de zomerverblijven die daarlangs zijn gebouwd. Wij kwamen echter niet voor een strandvakantie, ook al was het zeer mooi najaarsweer.


Als de gekromde arm van een gespierde man steekt ‘Kaap Kabeljauw’ in zee. Cape Cod is eigenlijk New England in een notendop. Er woonden indianen, vervolgens Pilgrim Fathers, er werd gevist en geschilderd. En tijdens ons verblijf in het najaar van 2011 was het overal heerlijk rustig en ontspannen.
De kaap is een overblijfsel van de laatste ijstijd, bijgeschaafd door wind en water. Het is er een paradijs voor vogels als de stern, plevier, visdief en scholekster. De cranberry is er van economisch belang, de velden kleuren er robijnrood. Het probleem is, als je de indrukken op de foto wilt vastleggen, dat je niet overal gemakkelijk kunt stoppen of parkeren met de auto. Op die manier gaan - helaas - vaak hele mooie plekjes in het voorbijgaan voorbij. Maar het belangrijkste zijn toch de indrukken die je 'in je hoofd' meeneemt en zo lang mogelijk probeert te bewaren, liefst voor eeuwig.

Provincetown

Provincetown is met 3.600 inwoners het aardigste plaatsje op de uiterste punt van Cape Cod. Het heeft een kleurrijke geschiedenis. Stranden en sfeer van het vissersplaatsje maken het tot de geliefdste bestemming. In de zomer groeit de bevolking tot 50.000 aan! Wij moe(s)ten er niet aan denken.
Vanaf 1899 zijn hier toonaangevende kunstenaarskolonies actief, in eerste instantie onder leiding van Charles Hawthorne. De kunstenaars wonen en werken in de inmiddels verlaten vissersschuurtjes. In de 18e eeuw was P-town, zoals insiders het tegenwoordig noemen, uitgegroeid tot een belangrijk visserijcentrum.

Voor de Eerste Wereldoorlog was het de beroemdste kunstenaarskolonie van Amerika. Tegen 1916 telde P-town niet minder dan zes kunstopleidingen. Ook werden roman- en toneelschrijvers door de mooie omgeving aangetrokken. De rebelse geest die er eens heerste, is nog niet helemaal verdwenen.  Ook nu nog oefent Provincetown op allerlei bizarre figuren een onmiskenbaar onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Ook het aantal homoseksuelen ligt duidelijk boven het gemiddelde. Wij ontdekten dat in Commercial Street, de straat ‘where the action is’.

Kunstenaars en schrijvers worden al heel lang geïnspireerd door het sublieme natuurschoon van Provincetown. De eerste kunstacademie van de stad werd in 1901 geopend. Hans Hofmann (1880-1966), Jackson Pollock (1912-1956), Mark Rothko (1903-1970) en Erna’s favoriet Edward Hopper (1882-1967) behoren tot de vele prominente kunstenaars die hier zijn geweest. Nu is P-town beroemd om zijn galeries.
Enkele van de schrijvers die hier gewoond hebben, zijn John Dos Passos (1896-1970), Tennessee Williams (1911-1983), Sinclair Lewis (1885-1951) en Eugene O’Neill (18888-1953), wiens eerste toneelstukken in het Provincetown Playhouse werden opgevoerd.
Het Pilgrim Monument & Provincetown Museum is gewijd aan het verhaal van de Pilgrim Fathers, die hier in 1620 landden en er hun eerste winter doorbrachten. Het 77 meter hoge Pilgrim Monument is het hoogste granieten bouwwerk in de VS. Wij beklommen deze Toscaanse toren met 116 treden, een lift is er niet. Het in vierkantjes rondwandelen duurde een klein kwartiertje. Bij helder weer reikt het zicht tot Boston, maar die stad hadden we al daadwerkelijk door(ge)lopen.

Hyannis

Hyannis is groter en levendiger dan badplaats Falmouth. Het grootste dorp van de Cape is ook een drukke winkelplek en het knooppunt voor trein-, bus-, boot- en luchtverbindingen. De haven ligt er vol jachten en sightseeingboten. Hyannis was een van de eerste vakantieoorden op de Cape.
De Kennedy's hadden hun zomerhuis in Hyannis Port, het beroemdste landgoed ter plaatse dat zwaar afgeschermd is. Hadden wij dat willen bekijken, dan Zouden we in een rondvaartboot hebben moeten stappen. Als je in hun band met Cape Cod bent geïnteresseerd, kun je het beste naar het John F. Kennedy Hyannis Museum gaan. Daar zie je vooral familiefoto's, hoorden wij vlak bij de ingang. Je kunt er onder meer foto's, verhalen en video's zien die JFK vanaf 1930 in Hyannis doorbracht. Omdat wij meer whale-watchers dan 'royalty'-watchers zijn bleven we buiten even rondkijken en hielden het er vrij snel voor gezien. Zoals we ook een andere beroemdheid uit de streek - Cape Cod Potato Chips - lieten voor wat hij is: patate-patat-patat. Je moet er toch niet aan denken dat je in de plaatselijke fabriek een blik mag werpen op de ketels, waarin de plaatselijke vinding wordt bereid. Laat staan dat je daarvan wilt proeven. Maar ja, het is de VS. Alles voor de toerist (en commercie).

Het middelpunt van het Kennedylandgoed in Hyannis is het 'huisje' dat multimiljonair Joseph Kennedy (1888-1969) en zijn vrouw Rose (1890-1995) in 1926 kochten. Het vaak uitgebreide bouwwerk was een vakantieoord voor de Kennedy's en hun negen kinderen.
John Fitzgerald Kennedy (1917-1963), de 35ste president, en zijn broers en zussen bleven hun zomers hier doorbrengen, ook toen zij zelf een gezin hadden. JFK's zoon, John jr., was in 1999 op weg naar een bruiloftsfeest toen zijn vliegtuig vlakbij Martha's Vineyard verongelukte.

Ongeveer halverwege Cape Cod en Boston ligt het historische Plymouth aan de oostkust:

De eerste permanente Engelse nederzetting in de Nieuwe Wereld werd gevormd bij Plymouth. Het daaraan voorafgaande winterse intermezzo tijdens de kerst van de Pilgrim Fathers op Cape Cod daargelaten, legde hier in 1621 de Mayflower aan. De 102 passagiers waren geloofsvluchtelingen. Na een oversteek van 66 dagen vol ontberingen en twee aan ziektes overleden opvarenden, bereikte het schip met zo’n dertig bemanningsleden de Amerikaanse kust. Het eigenlijke doel was de monding van de Hudson River, bij het huidige New York City, maar de Mayflower was uit koers geraakt. Het moet een barre tocht zijn geweest, want het vrachtschip was niet echt toegerust voor tochten op de oceaan.
De kolonisten noemden hun nieuwe thuis Plymouth, naar hun Engelse vertrekplaats. De groep, het schip en de nederzetting werden het symbool voor het ultieme streven naar vrijheid van de Amerikaanse samenleving. Met hun komst begon de kolonisatie van New England en tevens de intocht van de puriteinse geest in de Nieuwe Wereld. Een rots bij Plymouth wordt als landingsplaats 1620 van de Pilgrim Fathers gememoreerd.
De originele ‘Mayflower’ zeilde in april 1621 naar Engeland terug. Het is niet bekend wat er met het schip is gebeurd. In het hedendaagse Plymouth zagen wij een natuurgetrouwe replica van de Mayflower (vandaar de toevoeging II). Het schip oogt indrukwekkend, net als de Batavia op de werf in Lelystad, en de Endeavour die wij eens voor de kust bij Fremantle (zuidwest-Australië) zagen varen. Die indruk komt mede omdat de Mayflower met een lengte van 32 meter veel te klein lijkt voor een transatlantische overtocht.
We bezochten de Mayflower niet, wat vele anderen wel deden, waardoor zij aan boord naar wij begrepen tegen historische en moderne bemanningsleden aanliepen. Wij houden niet zo van het kitscherige element dat het gedoe op en rond zo’n schip met zich meebrengt. Wel keken we natuurlijk even bij het classicistische, Grieks tempelachtige bouwwerkje op de oever, dat de gedenksteen met het jaartal 1620 erop overkapt: Plymouth Rock, de legendarische landingsplaats van de Pilgrim Fathers. De processie in de klederdracht van de Pilgrim Fathers, die op zomerse vrijdagen en met Thanksgiving (dankdag voor de oogst) plaatsvindt, ging aan onze neus voorbij (als u begrijpt wat ik bedoel).


Tegenover Plymouth Rock, aan de andere kant van de straat, staat op hoogte een beeld van Massasoit, het Wampanoagopperhoofd, dat een verbond sloot met de nieuwkomers en de overlevenden hielp door hun te leren maïs te zaaien en te bereiden. Toch stierven na het overleven van de ruwe tocht veel Pilgrims aan ziekten en ondervoeding tijdens hun eerste winter in Plymouth. Zij zijn begraven op Coles Hill, de plek waar het opperhoofd op de uitkijk staat. Met Massasoit en zijn volk vierden de Pilgrims hun beroemde eerste Thanksgiving.