woensdag 14 september 2016

Schots en scheef door Schotse Hooglanden


Glasgow in een 'hurry'

Niet Downingstreet

















... en vervolgens via Inverary naar Oban














Recensie 'Selma' van Carolijn Visser





De Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie zijn termen die ik mij van decennia geleden nog herinner. Dat van die periode in China de Nederlandse Selma slachtoffer is geworden, heeft Carolijn Visser op uitputtende wijze beschreven. Het droeve lot van de Joodse Selma Vos - ook al nazi-slachtoffer tijdens de Tweede Wereldoorlog, al wist zij zelf te ontkomen - stemt je als lezer moedeloos en treurig, dus niet bepaald vrolijk.

Het is knap zoals de schrijfster Selma’s geschiedenis aan de hand van briefwisselingen en (telefoon)gesprekken tot een goed leesbaar geheel componeert. In kenmerkende staccato-schrijfstijl verhaalt Visser over de in IJmuiden geboren hoofdpersoon, die tijdens haar studie in Cambridge de liefde van haar leven ontmoet. Met Chang Tsao krijgt Selma een dochter en een zoon, en bouwt zij een bestaan op in het China van Mao en het rode boekje.

Hoewel Chang een vooraanstaand lid van de Partij was, werd hij door zijn huwelijk met een buitenlandse en de miskenning van zijn vakgebied psychologie uit zijn functie gezet en door collega’s geminacht en miskend. Ook Selma ondervindt de uiterst negatieve bejegening van de revolutionairen en Rode Gardisten. De Culturele Revolutie in China leidt dan ook tot de ondergang van het gezin Tsao.

Waar beide kinderen Greta en Dop uiteindelijk overleven, weliswaar na een moeizaam plattelandsbestaan waar zij zich bewonderenswaardig doorheen worstelen, komen beide ouders Selma en Chang op trieste wijze aan hun levenseinde. Hun verscheiden is daarom zo wrang, omdat zij ongekende kracht en moed hebben getoond ten opzichte van de politieke omwenteling in het land, waar zij vanuit het vrije Westen hun thuisbasis zochten.

Ik meldde al dat ik van dit boek van Carolijn Visser niet vrolijk ben geworden. Het verhaal is zeer aangrijpend en maakt indruk over het leven van een westerse vrouw in het China van Mao Zedong. In haar uitgebreide oeuvre heeft de schrijfster aangetoond betrokken en nieuwsgierig door de wereld te trekken. China, Thailand, Nicaragua, Vietnam, Costa Rica zijn enkele bestemmingen voor haar mooiste reisverhalen. Niet voor niets wordt Carolijn Visser betiteld als geliefd reisverhalenschrijfster in ons taalgebied. 

Dat de uitgave van ‘Selma’ met als ondertitel ‘Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao’ haar hoogtepunt zou zijn, waag ik te betwijfelen. Als reisliefhebber geef ik de voorkeur aan haar boeken, die zij heeft gemaakt door zelf in het land van een ander rond te trekken. Overtuiging is Vissers sterke kracht, die je als lezer het gevoel geeft er zelf bij te zijn geweest. Met haar nieuwste boek heb ik dat toch minder, al zullen historisch geïnteresseerden het werk, dat de brieven van Selma aan haar vader en vele uren durende gesprekken tussen Visser en Selma’s twee kinderen als basis heeft, met belangstelling tot zich nemen.

donderdag 18 augustus 2016

A'DAM TorenT Hoog Boven 'T IJ


Op de zonnige donderdag van 18 augustus 2018 bezoek ik de A'dam Tower. Met een regular ticket (je kunt ook een premium ticket kopen, hoef je niet in de rij te staan) betreed ik de ruimte naar de liften, waar van een file geen sprake is. Ingestapt mag ik omhoog kijken (stijve nek) om de zg. lichtshow met disco-muziek te aanschouwen. Ze verzinnen wat spektakel voor een ritje van twintig seconden naar etage 20, waarboven de openlucht LOOKOUT en waaronder het 360-graden ronddraaiende restaurant, dat alleen 's avonds is geopend, op reservering. 
NB. Op het toilet geniet ik onder het plegen van een plas ook van het uitzicht op hoogte. De bovenste helft van de wand is namelijk van glas. 


































Eye, Eye, EYE







zaterdag 13 augustus 2016

Recensie 'De levens van Jan Six'

‘De levens van Jan Six’, geschreven door Geert Mak 

Nog voor de familiegeschiedenis ‘De levens van Jan Six’, geschreven door Geert Mak, in de nazomer bij Uitgeverij Atlas Contact verschijnt, mag ik de drukproef van een recensie voorzien. Aan het vak geschiedenis - op de middelbare school - kleven minder goede herinneringen, een voldoende behalen kostte mij veel moeite. Zegt de naam ‘Jan Six’ mij daarom op voorhand weinig? De naam en faam van journalist en schrijver Geert Mak bekoort mij daarentegen bijzonder. ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’. ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. ‘De eeuw van mijn vader’. Geert Mak is - ook naar mijn mening - de geschiedenisleraar die we allemaal graag hadden willen hebben.

Aan de hand van Mak’s ‘In Europa’ heb ik in een krakeling van routes een historische reis door ons eigen continent gemaakt. Met ‘Reizen zonder John’ heb ik het spoor van de legendarische John Steinbeck op zoek naar Mak’s geheime liefde Amerika gevolgd. Beide boeken zijn degelijke ‘pillen’ van respectievelijk rond twaalfhonderd en tegen de zeshonderd bladzijden. Dan moeten ‘De levens van Jan Six’, verdeeld over een kleine 450 pagina’s, naar mijn verwachting ook goed te doen zijn. Mede omdat de basis voor dit verhaal in mijn geboortestad Amsterdam ligt. In een deftig, verbluffend huis aan de Amstel snuift de schrijver de geur van koffie op, die de heer des huizes, jonkheer Jan Six van Hillegom, en diens familieleden hem gastvrij offreren.

Het huis aan de Amstel en zijn bewoners hebben Geert Mak vanaf het allereerste moment gefascineerd. Oude prenten wekken zijn nieuwsgierigheid, betoveren hem. Mak vergelijkt zijn gevoel van ‘historische sensatie’ met het zuiverste kunstgenot. Echte liefhebbers van geschiedenis, waar ik mijzelf niet bepaald toe reken, moeten zo’n gevoel herkennen. Mak’s gedetailleerde archiefonderzoek kan niet anders dan een reusachtige klus zijn geweest. Ik heb veel bewondering voor de prettig leesbare schets van de tijd waarin de Jannen van Six leefden, die de schrijver met een boeiende weergave van hun denkwerelden heeft vastgelegd. Al ben ik niet zo van de geschiedenis, Geert Mak is de docent die ik uitstekend verteer.

Het verhaal van Jan Six, zijn familie en zijn vele levens, is het verhaal van een Amsterdamse elitefamilie, generatie na generatie, door vier eeuwen heen. Het is ook het verhaal van de stad en de tijdgeest, van ambities en beperkingen, van grandeur en de eeuwige angst voor de neergang. Met de kennis van nu - ik herinner mij iets van Engelse toeristen - lees ik over wandelaars van toen die in het oude Amsterdam in een gracht vallen en verdrinken. Geen ongebruikelijke doodsoorzaak, die veel later ook een Six nog eens zou overkomen. Het Amsterdam van de Gouden Eeuw was één grote geldmachine. Daar ligt het antwoord op de vraag hoe de Sixen binnen twee generaties tot reusachtige welstand konden komen. Vincent van Gogh en Rembrandt komen voorbij. Als Mak een schilderij van de eerste Jan aandachtig bekijkt, ziet hij handen als klassieke symbolen van vriendschap. Hoe fraai omschrijft hij zijn waarneming: “Hier raakt de naakte hand de hand die zich al in zeemleer heeft gehuld”. 

De mij als voormalig inwoner van het Gooi bekende buitenplaats Gooilust komt voorbij, en het ‘Bos van Blaauw’, dat eigenlijk ‘Bos van Six’ zou moeten heten. Door Mak’s informatie kom ik iets meer te weten over de plek waar ik als middelbare scholier wel eens op avontuur ging. Ik lees dat de Sixen de laatsten in Nederland waren die nog een stuk eigen kust hadden, plus drie kilometer de zee in. Het betreft ongerept duingebied Wimmenum bij Egmond, door de eerste Jan al in 1679 aangekocht. Ik woon daar nu vlakbij en onderga met belangstelling het lesje geschiedenis over mijn omgeving.
Net als Geert Mak ga ik, omdat hij dat bij wijze van afleiding vermeldt, ‘De pop’ lezen, het meesterwerk van de Poolse schrijver Boleslaw Prus over een verwende liefde in de 19e eeuw. Niet als verstrooiing, maar om de scherpe beelden van de kringen, waarin de hoofdpersonen verkeren, tussen beide boeken te vergelijken.

Geert Mak beleeft als bevoorrecht onderzoeker in het huis aan de Amstel een uniek avontuur. De reconstructie van zijn familiebiografie die zich over ruim acht eeuwen uitstrekt, is natuurlijk niet volledig. Toch is de schrijver erin geslaagd om het verhaal van de ‘koningen van de Republiek’, hun opkomst, hun schittering aan de toppen van de macht en, in de eeuwen daarna, hun trage landing op aarde op een begrijpelijke wijze inzichtelijk te maken. Een familiegeschiedenis waarin ondernemerschap en besturen een rol spelen en waarin generatie na generatie een groot hart voor monumenten en cultureel erfgoed hebben, voorzien van eigenschappen als kunstliefde en verzamelwoede.


Waar geschiedenis op school vroeger voor mij op een lijdensweg leek, is dat bij het lezen van dit ‘meesterwerk’ beslist niet het geval. Boeiend, kundig en goed leesbaar geschreven, zoals ik dat van Geert Mak ben gewend.