vrijdag 8 november 2013

Los steekje door Leiden

Koetjes en Kalfjes, Malle Jan, 'n Steekje Los, Ratjetoe, Soetenso, Jut & Juul, Dille & Kamille. Idd. Leiden is inderdaad leuk, ik stop het niet In den Doofpot. Leiden is niet in last. Lang geleden kwam ik er voor het laatst. In de Haarlemmerstraat frequenteerde ik mijn AH-Erlebnis. Beroepsmatige visites. Ook legde ik aan het eind van een schriftelijke LOI-cursus (Personeelchef) in diezelfde straat het examen af. Volgens mij in de Stadsgehoorzaal, waar ik anderhalve dag zat te zwoegen en te zweten. Geslaagd vakwerk.

Richting eind 2013 resteerde mijn laatste papieren NS-keuzekaartje om per trein een bestemming te bedenken. Opeens raakte m'n steekje los. Snuffelen in de binnenstad van Sleutelstad Leiden, historische stad met na Amsterdam het meeste water binnen haar poorten. De historische binnenstad van Leiden heeft in totaal 28 kilometer aan grachten en singels. Wie het heeft bedacht weet ik niet, maar het besef dat je bruggen nodig hebt om over al die grachten en singels te komen, is ook hier tot gelding gekomen. Niet minder dan 88 bruggen telde ik! Daaronder de Koornbrug uit 1642, waar koren werd verhandeld, die sinds 1834 de oudste overdekte brug van Nederland is.


Leiden telt ruim 2.800 monumenten, dat aantal heb ik niet nageteld. Van hofjes tot molens en van kerken tot stadspoorten, hun aantal is enorm. Leidens binnenstad is eigenlijk één groot monument met de sfeer van de Gouden Eeuw. Je treft er de nog originele Burcht, staande op een 'motte' (Burchtheuvel). De Waag uit 1657, ontworpen door Pieter Post, een van de belangrijkste bouwmeesters van toen. Het Gravensteen, oorspronkelijk de gevangenis van de graven van Holland, later de stedelijke gevangenis. De executieplaats heette in de volksmond 'het groene zoodje' of 'schoonverdriet'.

De Pieterskerk was de eerste kerk van Leiden. De graaf van Holland wijdde hem in 1121 aan Petrus en Paulus. Door de eeuwen heen werd de kerk onder de naam Sint Pieter groter en groter. Toch voelde ik mij niet vereerd, al verschenen de sleutels die mijn naamgenoot (Petrus) als poortbewaarder (van de hemel) bij zich droeg in het stadswapen van Leiden. 501 Jaar geleden stortte de meer dan honderd meter hoge toren aan de westzijde van de kerk in een nacht in. Hij is nooit meer heropgericht.

Binnen hand- en voetbereik trof ik in Leiden een dozijn musea aan. Het NS-station uitkomend zag ik vrij snel Museum Volkenkunde aan Steenstraat 1. In theorie kon ik hier een wandeling rond de aarde maken. Toch liet ik deze wereldreis in Leiden aan mijn fantasie voorbij gaan. Ruim 200.000 unieke voorwerpen en een nieuwe Boeddhazaal is mij te veel van het goede.

Dat gold ook voor Naturalis aan Darwinweg 2. Dit avontuur levert meer dan 10.000 échte dieren, planten, stenen en fossielen uit de hele wereld. Oog in oog staan met een wolharige mammoet? Moet dat? Mij aan een achttien meter lange dinosaurus vergapen? Ik ben toch ook niet naar Jurassic Park geweest! En het vogelbekdier - Plattypussie - heb ik in het echt proberen te ontdekken. Da's pas avontuur.







Wel stapte ik aan Rapenburg 28 het Rijksmuseum van Oudheden binnen. Hier kon ik Petra's 'Wonder in de woestijn' ontdekken. De oudheid komt in dit museum tot leven met spannende mummies en imposante Romeinse keizerbeelden. Je kunt er oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen ontmoeten en kennismaken met de oudste bewoners van het Nabije Oosten en niet te vergeten van Nederland.

Binnengetreden geraak ik tussen de drukte van oude(re) bewoners uit Nederland, die zich geduldig in twee rijen scharen om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Tussen al dat grijze gedoe vergaat mij de lust om mee te lijden in Leiden. Wil ik echt terug naar de tijd van het oude Egypte, Petra, dan weet ik mijn solutie: mallen voor mummies staan er meer dan genoeg voor de kassa.





... Rapenburg ...
In de zeventiende eeuw ontwikkelde het Rapenburg zich tot de voornaamste gracht van Leiden. De stad ging het voor de wind, rijke kooplieden zochten een plek om hun huis te bouwen. In de loop der eeuwen hebben aan het Rapenburg vele 'beroemdheden' gewoond. Van medicus Boerhaave tot verschillende leden van het Koninklijk Huis, die in Leiden studeerden. Voor mij redenen genoeg om me er niet te vestigen.






De 'Leidse Loper' is een wandeling die de mooiste plekjes van Leiden laat zien. Het is een bewegwijzerde route met op enkele plaatsen borden die achtergrondinformatie geven. Je kunt ook in het voetspoor van de jonge Rembrandt treden. Rembrandt van Rijn werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren en woonde er de eerste 26 jaar van zijn leven. Je komt onder meer langs zijn geboorteplek, langs het atelier van zijn leermeester Jacob van Swanenburgh en langs de Latijnse school, waar Rembrandt les kreeg.

Ik zocht als gebruikelijk de rust op de plekken waar stadsrumoer is buitengesloten. Dat kan gelukkig ook in Leiden, want de stad telt liefst 35 hofjes. Deze idyllische plekjes zijn vrijwel allemaal in de binnenstad. Het lijkt alsof de tijd er heeft stilgestaan. Als je een dagje ouder wordt/bent, is dat zeer ge-rust-stellend.
Het betekent dat ik het van oudsher belangrijke knooppunt van weg en water nog wel eens zal opzoeken. Samen met Erna, want dat is gezelliger dan alleen, én Leiden beschikt ook over een Hortus botanicus ...

zondag 3 november 2013

'Heremetijdje' in de 'Koeienhemel' van Schagen

Zaterdag 2 november 2013 is een bijzondere dag. Bij de buren wordt 's morgens vroegtijdig aan de oprit gemekkerd en gejekkerd, terwijl ik bijtijds het oud-papier op deze ophaaldag aan de straat zet. Veel meer dingen om aan de straat te zetten ontdek ik niet, dus pak ik mijn fiets om een kilometer verderop in het gezondheidscentrum, gevestigd in het voormalige gemeentehuis, op uitnodiging mijn jaarlijkse griepprik op te halen. Zelfs wanneer je niet van reünies houdt en er never nooit naartoe gaat, zuigt zo'n medicinale invitatie je in een plaatselijk ontmoetingsproces, waarin iedere localo iedereen lijkt te kennen en over het weer en andere koetjes, kalfjes, schaapjes en stiertjes begint te keuvelen. Het lopende-band-prik-gebeuren is tot mijn genoegen van pijnloos korte duur en ik wens de ingehuurde zuster rap een fijn weekeinde. Zij lacht mij toe en grapt "U ook en tot volgend jaar".
In de loop van de ochtend is het gemekker en gejekker nog steeds gaande. Erna en ik besluiten in plaats van niet te sporen om wel te sporen. Met de trein naar Schagen, een oord waar we vrijwel nooit komen, maar waarvan we weten dat het een gezellig, gemoedelijk, leuk stadje is. Zo is het maar net - blijkt - als we om vijf voor twaalf NS-station Alkmaar als tussenstop even buitentreden om onze wachttijd te verlichten. Om twee voor twaalf dirigeer ik Erna als quizmaster het station weer binnen met de vraag "Op welk perron moeten we instappen?". Uiteraard volgt het juiste antwoord, want Erna is - anders dan ik - een bovenste beste spoorzoekster. Dat de NS door werkzaamheden aan het spoor zijn op internet getoetste dienstrooster geweld aandoet en extra wachttijd inbouwt, is een gegeven dat ik ook verwachtte. Geduld is echter een schone zaak, en als gezegd: Schagen is een schone bestemming.







In Skagen (scaga betekende in oud-Nederlands 'bosje') aangekomen, lopen we direct tegen de gevel van Hotel de Landbouw aan. Terwijl Schagen bijna zeshonderd jaar geleden, in 1415, van graaf van Holland Willem VI al stadsrechten kreeg, die in 1427 werden vernieuwd nadat hij in datzelfde jaar aan zijn oom en naamgenoot Willem van Beieren, ook wel Willem de Bastaard genoemd, de stad als 'heerlijkheid' in leen gaf.
Landbouw begint pas een belangrijke rol te spelen wanneer de Zijpe en de Wieringerwaard worden ingepolderd en Schagen de centrumplaats in hun midden wordt. Landbouwprodukten komen dan in grote toevoer naar de markten van Schagen.

Eenmaal het stadje van ongeveer achttienduizend inwoners via de Landbouwstraat binnenwandelend denk je je eigen woondorp even te kunnen vergeten. Nou, vergeet het, er is altijd wel iemand die je uit je droom helpt ...

Dromend moet je natuurlijk je hoofd erbij houden, indien je de weg naar huis terug wilt vinden, ook al is Schagen sinds 1865 op het spoorwegnet aangesloten. Anderhalve eeuw, heremetijd ...

In het centrum van Schagen aangekomen, is het tijd voor de lunch. Maak maar eens een keuze op dit onbekende speelveld. Hier miegelt het van horecagelegenheden, dus trekken we een Skagenaar aan zijn jas. De man neemt ons de maat en is als een 'Magnus van graniet' rotsvast in zijn overtuiging: "De Koeienhemel. Ik zie aan jullie dat dát de geschiktste plaats is".
Heremetiet, hoe komt deze man dáár bij? Zal het zijn omdat de dag van vandaag de dag van 'Allerzielen' is? In het kader van Nederland leest heb ik 's ochtends nog een poging gewaagd om Bomans' Erik of het klein insectenboek te lezen. De Prisma Spectrum pocket nummer 35 van een halve eeuw geleden (1963) staat in mijn boekenkast naast exemplaar nummer 39 van dezelfde schrijver en dezelfde uitgever uit hetzelfde jaar, getiteld Pieter Bas. De boekjes zijn niet alleen gedateerd, ze ruiken ook zo. Na een pagina of dertig in Erik (ik heb mijn best gedaan, vind ik) oordeel ik er niet (meer) doorheen te kunnen komen. Wat zal juffrouw Hoek, lerares Nederlands aan mijn middelbare school, daar van vinden? (vermits zij nog leeft).
Heremetijd. Insekten. Allerzielen.
Na enige aarzelende over- en afwegingen stappen wij - na even bij onze schaapjes op het droge te dralen -  'De Koeienhemel' binnen. Van onze stek in een knusse hoek krijgen wij bepaald geen spijt. Van hetgeen de blonde serveerster ons voorschotelt evenmin. Hmm, hmm, twee hongerigen, twee kroketten p.p., twee dikke boterhammen p.p., bruin voor Erna, wit voor Peter, twee potjes mosterd, twee pintjes p. Peter ... Voedingsbodem voor Peters toekomstige Pieter of het groot melkveeboek? Boeremetiet!

'De Koeienhemel'


We dralen eerst nog wat rond de schaapjes, die vlak voor De Koeienhemel op het droge staan.



Met een gevuld buikje lopen we vervolgens onze stadswandeling door Schagen. Een stier (Herman?) kijkt ons onbeweeglijk kwaadaardig aan. In de VVV aan het Slotplein verhaalt Schagens ambassadrice ons vol enthousiasme over de stad, waarin zij zelf niet woont (wel in Oudeschild). Herkenning van haar uitlatingen vallen ons in onze ervaringen hier ten deel.
De VVV is gevestigd in een deel van het Slot, dat aan het einde van de 20e eeuw is herbouwd. Van de voorburcht van het 'Slot' zijn alleen nog twee ronde hoektorens over, die als rijksmonument zijn aangemerkt. De ene bevat het Somme Museum over de eerste Wereld Oorlog  (1914-1918), de andere het Regionaal Museum over de tweede Wereld Oorlog (1940-1945).





... Somme Museum, tot WO I gevangenis ...






... Regionaal Museum 1940-1945 ...





De kerk ligt hoger dan andere gebouwen op de Markt. Willem de Bastaard liet hem in 1460 op een natuurlijke verhoging bouwen. Rondom de kerk ontstond een markt. In 1463 kreeg Schagen marktrecht. In de zomer houden de Schagenaars hier tegenwoordig op donderdag hun folkloremarkt, die bekend staat als West-Friese Markt.




Als de namiddag en donker getinte wolken zich aandienen, trekken wij onze conclusie. 't Is leuk geweest, we gaan richting huis. Als we Café Spoorzicht bespeuren, weten we dat we goed zitten, staan en lopen.






Vlak voor het station van Schagen moeten we uiteraard op Erna's aandringen een bijzonder kunstwerk tot ons nemen. Deze wereldbol van straatstenen houdt verband met de Rechten van de Mens en ook met WO II, want we zien 5-5-'45 gegraveerd.






Waar de boze wolken overtrekken, besluiten we de kaasstad nog even aan te doen. Je denkt dat je Schagen achter laat, maar in de Alkmaarse Langestraat loop je die stad weer tegen het lijf. Eenmaal thuisgekomen moet ik constateren dat 020 het weer heeft laten afweten en dat AZ de koppositie heeft ingenomen. Dat hadden de twee getatoeëerde Helden(aren) in onze coupé net zo min als ik verwacht. Zij reisden naar een (de) Arena in de hoofdstad in de overtuiging dat het een nulletje of twee, drie zou worden. Allerzielen, Heremetijd, zijn die gasten het Spoorzicht even kwijt geweest ...
Schagen heeft ons in ieder geval een plezierig zaterdagmiddagje bezorgd.


dinsdag 22 oktober 2013

Sporend naar de Nieuwe Wildernis: Oostvaardersplassen

Op een schitterend fraaie dag in het najaar van 2013 - dinsdag 22 oktober -, droog, zonnig en met buitentemperaturen tot 23 graden Celsius! - fietsen oud-buurvrouw en tweewielervriendin Els en ik over de bodem van de zee langs een natuurgebied, dat zijn gelijke niet kent. De Oostvaardersplassen, recent verfilmd als 'De Nieuwe Wildernis', de eerste grote Nederlandse natuurfilm, vanaf eind september 2013 in de bioscoop.
Wij spraken niet in een cinema af, maar op NS-station Weesp. Els woont daar vlakbij. Haar treinrit is in een zucht volbracht. Ik vluchtte vanuit Limmen om aan aardbevingen te ontkomen en trapte mijn vervoermiddel naar station Heiloo, vanwaar de intercity naar Maastricht mij en mijn randonneur met enige vertraging naar Amsterdam CS boemelde. Niettemin wurmde ik mij door de menigte, mijn fiets op de schouder, van het ene naar het andere, verre perron zonder aanrijding, lekke band of gebroken spaak of ketting. Toen ik de trein naar Weesp instapte, raakte mijn fietsachterlicht net niet beklemd tussen de zich sluitende deuren. Mazzel en broche.
Vanuit Weesp reisden we, ieder de eigen fiets onder de oksels, trappetje af-en-op, treintje-in-en-uit, naar Almere-Buiten, station Oostvaarders, om vandaar de route in de richting van Lelystad te nemen. Geen stiltecoupé, wel 'Fietsen priority'! We peddelden door in vele tinten vooral groen begroeid land, kozen dus niet voor een rit over de noordwestelijker gelegen dijk aan de waterkant.



Mooi weer en herfstvakantie leidden tot lichte drukte op uitkijkpunten, waar de mens met zijn auto kan komen. Om de wildernis met zijn wilde dieren te bekijken, zijn plaatsen waar je alleen met de fiets (of wandelend) kunt komen natuurlijk een stuk aantrekkelijker. Automensen maken gemiddeld namelijk meer onaangename herrie, zowel met hun uitlaatklep als met hun andere klep, dan fietsdromers.


... Els weet steeds en overal de weg ...
De Oostvaardersplassen liggen in de door mensenhanden gemaakte Flevopolder. Vanaf het moment dat de mens - zoals wij - het gebied met rust liet en de natuur zijn gang kon gaan, kreeg de nieuwe wildernis zijn huidige vorm. De grond in de polder deed aan inklinken, een groot open moerasgebied met rietvlaktes liet zich zien. In betrekkelijk korte tijd ontstond een compleet nieuw natuurgebied, waar ganzen, lepelaars en aalscholvers een territorium vonden. Reeën, vossen, hazen, vleermuizen, tientallen vogelsoorten, kevers en vlinders vonden zelf hun weg. Staatsbosbeheer introduceerde heckrunderen, wilde konikpaarden en edelherten. Het was maar goed dat mijn jachtgeweer niet in mijn fietstas paste en ik het dus thuis liet. Dat doet Staatsbosbeheer namelijk: ingrijpen als het echt nodig is. De meningen erover zijn verdeeld, het is net zwartepieten.

Het informatiecentrum heeft enige parkeerruimte, voor fietsers en auto's. Toen wij er arriveerden om een kopje koffie te nuttigen, stonden de bermen aan beide zijden al vol met tientallen, zo niet honderden heilige koeien. Onze fietsen konden er door bovenmatige drukte evenmin gestald worden, zodat wij een kopje cappuccino aan onze neus voorbij lieten gaan. Om nu te midden van honderden door een film beïnvloede 'natuurliefhebbers' een plekje te zoeken, dankuwelalstublieft. Achter het infocentrum op de foto moet het een drukte van (on)belang zijn geweest. Wij hebben het gastenboek niet eens gezien, dus ook niet getekend, en zijn doorgefietst in de richting van de wegens werkzaamheden voor autoverkeer afgesloten Knardijk. Blij toe wat die afsluiting betreft, anders was het nog massaal drukker geweest.



Soort Indian Summer: op bodem van vruchtbare zeeklei schieten bomen de lucht in.





Na ons fietstochtje namen we in Lelystad de nieuwe (hanze)spoorlijn naar Kampen. De tijd vloog na ruim dertig kilometer fietsen sneller voorbij dan we dachten, dus werd het een stop in Dronten, waar we in/aan de Meerpaal aanlegden. Els had op stationsplein Lelystad nog belangstelling voor de crew van 'Man bijt hond' getoond, maar valse schaamte bracht mij in verlegenheid om aan die 'babbelbox' mee te doen. Dus niet in, maar gauw uit beeld. Ik krijg van die NCRV-beelden namelijk vaak en gauw kippenvel.
'Waar krijgt u kippenvel van?'.

... sprinternieuw NS-station ...

... door H. M. Beatrix geopend ...
Even doorfietsend naar Drontens ruraal levendige centrum kwamen we onder Franse invloed. We kennen beiden het Gare du Nord à Paris, mais que Dronten er ook een heeft, was ons niet bekend.






... eindelijk een kopje cappuccino ...

... en een glas Heineken appelsap ...

... dat vorstelijk smaakte ...




Via Drontens nieuwe spoorlijn togen we weer naar huis. Els stapte in Weeps uit, om vandaar op haar fietsje heerlijk relaxed langs de Vecht naar huis te rijden. Ik bleef zitten om naar Amsterdam CS door te sprinten, waar ik verheugd vanaf perron 1 rond half vijf p.m. het station uitsnelde, mij door de menigte doolhofte, om vervolgens met een zuidwesten windje in de rug ruim binnen twee uurtjes nog eens 35 kilometer naar huis aan mijn dagsaldo toe te voegen. Als je windje mee hebt, heb je de pont Amsterdam-Zaandam ook mee. Ik stapte achteraan als laatste op en moest in mijn billen knijpen om de pontwachter ruimte te geven zijn klep omhoog te hijsen. Dat bleek het laatste geklep van deze heerlijke dag, die mij tot zwetens toe gezonde inspanning had opgeleverd. Dat ik nog net op vijf kilometer voor thuiskomst een verfrissende regenbui op mijn testimonium ontving, was daarbij mooi meegenomen. Beter nat door de regen (Uit geest) dan nat door twee doelpunten van Celtic (Schots en Scheef) of door elkaar geschud vanwege een aardbeving (2,3 vlgs Richter) door gaswinning (voor de kust Castricum-Egmond). Je zal er maar wonen, om je te bescheuren.





... ja Els, bedankt, en volgende keer het hele rondje en/of een Hanzetochtje ...


maandag 14 oktober 2013

Vá-lèn-ciááá ...

http://www.youtube.com/watch?v=wT4FHaIoUWk

Valencia, sfeervolle sinaasappelstad aan de Middellandse Zee, een fantastische stad vol groene parken, historische monumenten en sprookjesachtige straatjes. Één van Spanje's bekendste architecten - Santiago Calatrava - is verantwoordelijk voor tientallen bouwwerken over de hele wereld. Zijn bekendste werk staat in Valencia: Ciudad de las Artes y las Ciencias.

Een ander aspect van Valencia zijn haar gastronomische kwaliteiten. De Valenciaanse keuken is op en top genieten, van de rijst met saffraan tot overheerlijke pintxos. Valencia is de bakermat van de paella, die hier op minstens honderd verschillende manieren valt te smullen. El Rall is zo'n beetje het bekendste paella-restaurant. Vraag een Valenciaan naar dit beroemde rijstgerecht en hij stuurt je naar dit restaurant. Vis, vlees, vegetarisch, paella is er in alle soorten te verkrijgen. El Rall ligt aan Calle de Tundidores 2 in Ciutat Vella, het historische centrum van Valencia.

Eixample is de meest chique wijk, herkenbaar aan de Art Nouveau-stijl van bouwen.

El Cabanyal ligt bij de haven met brede zandstranden. De gezellige boulevard huisvest uitstekende paella-restaurants.

In Quatre Carreras bevindt zich 'Ciudad de las Artes y las Ciencias'. In deze wijk staan authenticiteit en moderniteit in schril contrast met elkaar.

http://www.youtube.com/watch?v=MLKj2YI9wwE

Het zijn maar een paar aspecten van een stad, die ons voor een korte stedentrip zeer aantrekkelijk lijkt. Onze voorbereidingen zijn van start, de definitieve boeking is verricht. In februari a.s. wacht een aardigheidje voor mijn 68-ste verjaardag, waarop ik Erna en mijzelf (incl. ontmoeting met mijn in Murcia wonende broer kan trakteren. Anderen gaan rond die tijd naar de wintersport, wij vliegen uit naar sinaasappelstad Valencia. Volg ons op deze blog en/of op www.reismee.petersamuel.nl en zing met Willy Walden of Wally Taks of hoe heet die Belg ook weer uit volle borst mee: Vá-lèn-ciááá ... waar de sinaasappelen bloeien in de gloeiend hete zon (in februari?) ... Vá-lèn-ciááá ... waar de rode rozen bloeien aan de rand van ons balkon ...
Ja ja, óp naar de mooiste stad van Spanje! Zeggen ze ten minste. Kunnen wij pas stellen als we weer thuis zijn. Barcelona en Madrid hebben ons - met de indrukken die zij op ons maakten - ook al uit onze slaap gehouden.

http://www.youtube.com/watch?v=orDAgMlW8SA


(NB. Misschien is neef Oscar in februari 2014 ook wel in de buurt. Hij woont en werkt in Napels, Italië, maar beschikt over zijn eigen huis in Valencia. Hij is voetballer noch lid van de Camorra, Cosa Nostra of welke andere mafiose partij ook, en toch ... Hoe doet ie het? No sé).

http://www.youtube.com/watch?v=oQ7FdhcXUL0