woensdag 25 januari 2012

Het 'oude doorrookte' Edinburgh, brilliant and breathtaking

'Edwins Burcht'


Edinburgh by plane, we gingen er een weekendje heen

De Schotse hoofdstad Edinburgh is een 'Tale of Two Towns', waarvan de middeleeuwse Old Town scherp contrasteert met de Georgiaanse pracht van de New Town. Het belooft een geweldige stad met vriendelijke inwoners te zijn, een stad waaraan wij graag even een weekeindje willen ruiken.
... vriendelijk volkje ...
Wij treffen een opgebroken winkelstraat Princes Street en zijn Gardens, gelegen onder het alom aanwezige kasteel (opgebroken wegens aanleg tramlijnen), diverse duistere middeleeuwse zijsteegjes, 'closes' geheten, afdalend van de Royal Mile, vooral van High Street, grootse Georgian huizenrijen in de New Town en een opzienbarend groen, vulkanisch landschap in Holyrood Park. Een rijkdom aan onverwachte, spectaculaire uitzichten vanaf bruggen en heuvels. Ook musea en galerieën van wereldklasse, waarvan wij de Scottish National Gallery of Modern Art en de Dean Gallery bezoekten. Top of the bill is en blijft de enorme geweldenaar die het onvolprezen Edinburgh Castle is. De strategische burcht vult minstens een paar uren bewondering en trekt dan ook ruim 1,2 miljoen bezoekers per jaar. Voor veertien pond kijkt adult Erna op zondag 12022012 haar ogen uit. Op concession (ja, ja, inmiddels 66) mag ik voor elf pond twintig door de poorten binnentreden (veeg teken: ik hoef mijn paspoort niet te tonen).
 
Princes (Erna) Street


De Old Town van Edinburgh - 'Auld Reekie'- kent de hoogste dichtheid aan spookgeschiedenissen en gruwelijke historische misdrijven ter wereld. Moeten wij daar ook heen na al die Duitse Krimi's thuis op de buis? De duistere zijde van de 'Oude Doorrookte' schijnt een van de grootste toeristische attracties te zijn.
Wij hebben zo onze twijfels bij de secrets of the Royal Mile in the CITY of DEAD, the scariest places in the world, underground ghost tours through hidden vaults amongst gallows to graveyards. We laten de eeuwen van MURDER, TORTURE and HANGINGS toch maar liever voor wat ze zijn. Je kan niet alles zien, nietwaar, hanteren wij als excuus.
Het was trouwens met name Sir Walter Scott, de schrijver, die het toerisme naar Edinburgh haalde. Dat blijkt volop te bloeien rond Scottishness-symbolen als Scott Monument, genoemd naar Scotts 'Waverley'-romancyclus (welke stad heeft een station waarnaar een roman is vernoemd?), en rond 'Heart of Midlothian' in het plaveisel voor de St. Giles' Cathedral, een andere bestseller van deze succesvolle ambassadeur van Schotland.

Scott Monument, de 61 meter hoge, beroete, stenen vuurpijl met zijn gotische siertoren, is een bekend symbool van Edinburgh. Het monument wordt in 1846, honderd jaar voor mijn geboorte, door George Meikle Kemp opgericht als huldeblijk aan Sir Walter Scott, de geliefdste (zij het enigszins sentimentele) auteur van de stad. In het monument zijn 64 literaire karakters van Scott uitgehouwen. Sportief als wij altijd zijn, laten we anderen in de klim omhoog voorgaan. Onze wandelingen door Old en New Town vergen al krachten genoeg.


Het trottoir naast St. Giles' Cathedral in het hartje van de stad heeft een hart van steen. 'The Heart of Midlothian' is genoemd naar het gelijknamige boek van Sir Walter Scott. Tot 1817 stond op deze plek ongeveer vierhonderd jaar lang een tolhuis. Deacon Brodie, een zogenaamde eerbare inwoner van Edinburgh, zat hier gevangen. Wij wisten dat we niet vreemd moesten opkijken als we een plaatselijke inwoner op de steen zagen spugen. Dat zou namelijk geluk brengen. En laat ik als Sassenacher snotneus nu ijzersterk zijn in het via de mond ledigen van mijn voorhoofdsholte!
(Sassenacher = een buitenlander, veelal mensen uit de Laaglanden). 
Overigens lag er op het stenen hart meer uitgespuugde chewing gum dan andere 'spitting images'. 


(foto: Marijke Hartstra)
Toen Erna en ik ons weekendje Edinburgh boekten, vonden wij dat misdrijf noch misdaad. Zo'n stedentrip valt bij ons altijd in de smaak. Dit debuut in Schotland was om mijn 66-ste verjaardag te vieren.
Vriendin Betty lachte mij al skypend spontaan toe: "Ik zie je al lopen in zo'n feestelijke kilt met ruit".
Waarop ik teruglachte: "Dat is niet mijn gewoonte, ik draag altijd ondergoed, ha ha. Maar in die outfit wil ik heus wel met een doedelzak op de foto".

... Daar komt de bruid, daar komt de bruid! ...

(foto: Marijke Hartstra)




Ruit, kilt en doedelzak staan in Schotland voor romantiek en historie. Deze attributen zijn er in vele souvenirwinkels te vinden. Betty herinnerde zich dat van vele jaren geleden nog opperbest.
"Okay", zei ik in mijn beste Schots tegen haar, "ik huur wel een dagje een Highlanddracht om mij op de kiek te laten zetten!". Om zo'n dure kilt aan te schaffen ging mij een beetje ver, anders dan Sir Sean Connery. Hoewel híj als gierig te boek staat - en als beste James Bond aller tijden - kóópt de in Edinburgh geboren beroemde kiltdrager zijn Schotse rok altijd bij Geoffrey Tailor.


"What's in a familyname", dacht ik, toen Geoffrey mij aansprak.
"Geoffrey, kiltmakers and weavers, where quality and service still matters", knauwde zijn Schotse accent mij vriendelijk tegemoet.
"Hello sir, ik wil graag een dagje een Schotse outfit huren".
"Well sir, wij verhuren only voor drie dagen (let op: aanspreektitel met kleine letter). Voor 75 pond sterling, all in".
Mijn gierigheid kriebelde. Drie dagen in 'Prince Charlie Outfit'? No way! Ik zag mezelf al op de foto, staand op een kasteeltrap (doordenkertje) ... En dan ook nog met dat langdurig aanhoudende kattengejank om je heen. Nou ja, gejengel dan.


(Royal Mile; foto: Marijke Hartstra)


De hoofdstad van Schotland is diep geworteld in de Schotse geschiedenis, met Maria Stuart steeds in de hoofdrol. De vele bijnamen van Edinburgh zijn niet allemaal even vleiend. Het was en is nog steeds een stad met twee gezichten. Ruimte en stijl in New Town, middeleeuwse benauwdheid in Old Town. Soms laat de avondzon de statige voorgevels goudkleurig oplichten, vaker echter ligt de grauwe stad te glimmen van de regen. 'Edwins Burcht', 'Athene van het Noorden', 'Stad van de Zeven Heuvels', en zoals eerder genoemd 'Auld Reekie'. Ons weekend in midden februari 2012 bracht ons goed weer: droog, fris, soms een vleugje wind. Geen sneeuw, geen regen, terwijl Holland onder de vorst kraakte met de gehypte roep om Elf Steden en Engeland met een sneeuwtapijt was bekleed. Lucky us in whisky-country!

Vliegend ben je er zo, al troffen wij een wachttijd voor de gate (D4) van een zelfde lengte als de vluchtduur. 'We vragen nog even geduld', klonk uit de speaker, 'er is geen water aan boord van het vliegtuig'.
???
Wij hadden bij vertrek thuis al bevroren leidingen - met emmertje naar toilet -, dus leek het een herhaling van zetten. Anderhalf uur later hingen we toch boven de Noordzee, even later boven een wit stuk Engeland en vervolgens afstevend op een grauwgroen Schots landschap. Bus 35 bracht ons van Edinburgh Airport in de voorstad Ingliston binnen drie kwartier voor één pond dertig de man (gepast muntgeld inwerpen, je krijgt géén wisselgeld retour) naar ons Best Western City Hotel aan Lauriston Place, de zuidflank van de Old Town. De harde kern van Edinburgh lag aan onze voeten, vele royale miles wachtten ons. De lunch van rond dertien uur locale tijd - de klok was een uur teruggelopen - bracht ons een verzorgd Paninibroodje met tonijn en zadziki, een heerlijk hapje opgediend door een vriendelijke kok uit zuidoost Turkije. Nu runde hij zijn café om de hoek van de Grass Market.

"Vroeger voerden beulen onder het oog van een joelend publiek op het plein hun gruwelijke beroep uit", legde de ingeburgerde middenstander ons uit. Hij lachte ons toe, terwijl hij ons ieder een plate voor de neus plaatste. Toen wij onze honger hadden gestild, gingen we gauw kijken of de galg er nog stond. Het zou voor ons een primeur zijn als we een terechtstelling konden bijwonen. Mooi niet dus. Lichtjes in de bomen boden een verlate kerstsfeer, waar het plein in de moderne tijd is vergeven van hotels, winkels en vooral pubs. Dat was vroeger dus heel anders, niet alleen met executies, maar ook met vee- en groentemarkten.
Nou ja, je kunt niet meteen bij aankomst alles ineen hebben. En de blik omhoog geworpen toonde onmiddellijk de parel, 's avonds verlicht, waar we ook voor waren gekomen: de Castle.


The Castle vanaf Grass Market




... warme chocolademelk ...





In Edinburgh Castle - 'Edwins Burcht' - worden de Schotse kroonjuwelen zorgvuldig bewaard. Als de bezoekers de poort uit zijn, de wacht vertrokken, sluiten de decimeters dikke kluisdeuren zich.

Known as the Honours of Scotland, the Crown Jewels consist of the Crown, Sword of State and Sceptre. Together the Honours form one of the oldest sets of royal regalia in Christendom.
Early Scottish kings were inaugurated in an outdoor ceremony, probably seated on the Stone of Destiny - representing a union between ruler, land and people. The Stone was and still is a powerful symbol for Scotland and its nation.
The Stone was stolen by the English King Edward I in 1296, so ending some 400 years of tradition. It was held in London at Westminster Abbey for 700 years, until its historic return to Scotland in 1996.

TOP TEN HIGHLIGHTS OF A MIGHTY FORTRESS, THE DEFENDER OF THE NATION:
The Crown Room - The Great Hall - The Royal Palace - St. Margaret's Chapel - The Prisons of War - Mons Meg - The One o'Clock Gun - The Scottish National War Memorial - The National War Museum of Scotland - Panoramic Views

De meestbezochte bezienswaardigheid van Schotland verheft zich machtig majestueus boven de stad. Het gebouwencomplex op de sinds de bronstijd (met één t) bewoonde vulkanische Castle Rock is door de eeuwen heen zwaar bevochten, steeds weer verwoest, steeds weer herbouwd. Je ziet meteen dat de vulkaankegel van basalt een onschatbare strategische positie inneemt. De steile rotswanden stijgen zo'n twee voetbalvelden hoog boven de stad uit. Het koninklijke slot dat al meer dan duizend jaar zijn plaats inneemt, is hét symbool van de stad. Het kasteel kreeg zijn huidige vorm pas halverwege de zestiende eeuw. Dagelijks (behalve op zondag, toen waren wij er) wordt om 13.00 uur een oorverdovende knal uit een kanon afgevuurd: de 'One O'Clock Gun'. Dit signaal diende in het verleden voor de scheepvaart.




Botanische ingang

... altijd oog voor details ...

... en wat voor details ...

Als je het over natuurschoon hebt, en je bent met Erna op stap, zit het er dik in dat je naar de Botanical Gardens gaat. Een fiks eindje noordwaarts gelegen, in onze ogen te ver te voet, dus vlakbij ingestapt in bus 23, halte George Heriot's School aan Lauriston Place, een particuliere school waar ouders voor hun kinderen tot twaalfduizend pond sterling per jaar mogen neertellen. Wij mikten in de bus opnieuw precies afgepast twee keer één pond dertig in het bakje, trokken twee tickets uit de machine en stapten aan de East Gate langs Inverleith Row uit. Precies om tien uur opende de gate zich en konden wij met een handjevol bezoekers meteen naar binnen lopen zonder te betalen. Nee, gewoon omdat de botanische tuin gratis toegankelijk is. Je hoeft pas voor een bezoek aan de glazen kassen (glasshouses) te betalen, een handjevol ponden per persoon. Deze hortus botanicus is in 1670 als onderzoekstuin aangelegd naast het paleis Holyroodhouse. Hij wordt echter al lang niet meer voor onderzoek gebruikt en is naar 20a Inverleith Row in de voorstad verplaatst, waar het park geliefd is onder de plaatselijke bevolking én toeristen. Bijna dertig hectare aan wandelroutes en daarnaast een complex van tien aan elkaar gekoppelde kassen (Glasshouse Experience), waaronder het 21 meter hoge Palm House.
Het Terras Café in de tuin biedt uitzicht op de skyline van Edinburgh met de zetel van Arthur (Arthur's Seat) in de verte. Na een lekker kopje cappuccino vroegen wij twee vriendelijke dames hoe ver het lopen was naar de stoel van Arthur. "O dear, I once made it. I think it was an hour". Vermoedelijk bedoelde het liefje de afstand van de voet van Holyrood naar boven. Want toen de lady ons uitlegde hoe naar het Scottish National Museum of Modern Art te komen, waren we ook al wel een uurtje onderweg. Wel idyllisch, namelijk een wandelpad door de wijk Dean langs de Water of Leith. Deze Walkway voerde ons langs een klammige route in de diepte met veel groen, een waterstuwvalletje, spook- en kasteelachtige bouwwerken en naar de hemel reikende donkergesteende kerken. Aan het eind van deze voettocht bereikten we Erna's moderne kunstdoel in een in tweeën opgedeelde locatie.





Maar eerst even terug naar de duistere kant van de stad. Nauw, stinkend, overbevolkt. De donkere stegen van het oude Edinburgh - 'wynds' - vormen een broedplaats voor ziekten, armoede, misdaad en spookverhalen. Met The strange case of dr. Jekyll en mr. Hyde van Robert Louis Stevenson kan literair gegruweld worden. Ik heb dit boek dan ook aangeschaft bij Blackwell's, ruim gesorteerde boekwinkel op 53-62 South Bridge, een drukke zijweg van de Royal Mile. Aan deze short novel, gepubliceerd in 1886 en gebaseerd op het leven in de 19-e eeuwse Old Town, ligt het ware verhaal van Deacon Brodie ten grondslag. Brodie was overdag een eerbare burger met een woning aan de Royal Mile. Hij was naast meubelmaker ook diaken (= voorzitter) van het gilde van smeden en metselaars, en tevens een hooggeacht raadslid van Edinburgh. 's Nachts bracht hij zijn tijd echter door met gokken en vrouwen. Om zijn schulden te kunnen afbetalen, ging Brodie het dievenpad op en zelfs op moorddadige rooftochten uit. In 1788 werd hij gearresteerd en opgehangen aan een galg die hij naar verluidt zelf had gemaakt. Erna en ik volgden Brodies spoor in The Deacon's House in Brodie Close, tegenover café Deacon Brodie aan de Royal Mile. Dit gezellige café was vroeger het huis van de familie Brodie.

Edinburghs geschiedenis kent meer bekende moordenaars met een bijzonder slechte reputatie. Neem bijvoorbeeld de lijkrovers William Burke en William Hare, die de Edinburghse anatomieprofessoren eerst van opgegraven lijken voorzagen en uiteindelijk van eigenhandig om het leven gebrachte medemensen. Deze beide eerste seriemoordenaars uit de misdaadgeschiedenis werden als echte 'vriendjes onder elkaar' gegrepen. Hare getuigde tegen Burke en kwam vrij, Burke werd in 1829 voor 25.000 enthousiaste toeschouwers opgehangen. De rechter schonk het lichaam van Burke aan de wetenschap, de anatoom-patatoloog sneed de huid van Burkes linkerhand af. Daarvan werd een doosje voor visitekaartjes gemaakt, want wat zou je er anders mee moeten doen? Dat het echt zo is, vertelde ons een Edinburgher die het doosje zelf had gezien in een vitrine van een tentoonstelling over Edinburghs politiegeschiedenis.

(foto: Marijke Hartstra)
 
(foto: Marijke Hartstra)
In de Middeleeuwen was Edinburgh niet bepaald een prettige plaats om te wonen. De hygiënische omstandigheden waren slecht. De pest, religieuze onverdraagzaamheid, heksenjachten en executies waren aan de orde van de dag. In een 'City of Dead'-rondleiding door donkere kronkelsteegjes, hofjes en ondergrondse kelders van de Old Town keer je terug naar het donkere verleden. Een gids trakteert daarbij op spookverhalen en verhalen van klopgeesten.

CITY of the DEAD, underground city and haunted graveyard walks with the Mackenzie Poltergeist. This walk has the only access to the Covenanters Prison in Greyfriars Graveyard. Not just a tour, a phenomenon! The only tour that enters both the Underground Vaults and the Covenanters Prison, two of the world's most haunted locations. Under the streets of Edinburgh lie dimly lit and eerie vaults, where a population once lived in utter misery.



Edinburghs beroemdste begraafplaats - Greyfriars Kirkyard - is de laatste rustplaats van misschien wel 325.000 zielen. De meesten zijn overleden aan de pest en werden zonder grafsteen of gedenkteken begraven. De grafstenen die er staan, vele in de klassieke Hammer Horror-stijl van de zeventiende eeuw, kennen hun weerga niet. Over dag is het er al griezelig, laat staan in de avondrondleiding door de 'City of Dead'.


Het beroemdste graf is dat van de hond Greyfriars Bobby, naar verluidt het enige hartverwarmende op deze verder schrikaanjagende begraafplaats. Bobby was de terriër van Jock Gray, een Edinburghse politieagent die in 1858 in Greyfriars Kirkyard werd begraven. Bobby was zo trouw, dat hij zijn baas niet wilde verlaten. Hij waakte dag en nacht bij het graf. De bevolking sloot de hond in haar hart en maakte hem tot een volksheld. Toen Bobby veertien jaar later stierf, is speciale toestemming verleend om de hond naast Jock te begraven. Jock en Bobby rusten nu dicht bij de ingang van de begraafplaats. Een standbeeld van Bobby staat tegenover het café Greyfriars Bobby.
(Het verhaal van de 'wee dug' - kleine hond - is door Walt Disney verfilmd).


In het midden van Holyrood Park ligt een oude vulkaanheuvel, Arthur's Seat. De naam heeft niets te maken met de legendarische koning Arthur, maar misschien wel met ene prins Arthur van Strathclyde, die in de zesde eeuw leefde. Op dit hoogste punt van de stad - 251 meter - heb je in alle richtingen een prachtig panoramisch uitzicht over de Old Town, over de Leith en over de Forth. De geliefdste Edinburghse berg, hoogste van de zeven heuvelen van de stad, is zelf bijna vanaf elk punt te zien. Kaal, gekloofd en romantisch als de Highlands.
In 1836 vonden spelende kinderen zeventien kleine doodskisten met poppen erin onder een rotsplaat dicht bij de top. Waarschijnlijk waren ze er enkele jaren eerder neergelegd als een soort magische bewaarplaats: om de geesten van slachtoffers van een epidemie of massamoord te sussen. Hierbij denkt men onwillekeurig aan de slachtoffers van Hare en Burke. Drie van de kisten zijn trouwens in het National Museum of Scotland te zien.


Arthur's Seat is een must - een topper bij een bezoek aan Edinburgh - maar pas op, er staat altijd een fikse wind. Wil je ook nog het 'klassieke' van Edinburgh Old Town aanzien, dan moet je naar Salisbury Crags, de rotskam die Arthur's Seat omringt en die op het paleis uitkijkt.


Van de oorsprong van het Palace of Holyroodhouse zijn in de romantische overblijfselen van de naaste Holyrood Abbey sporen terug te vinden. De eerste Schotse koningen gaven de voorkeur aan het gasthuis van deze abdijkerk boven het koude, tochtige kasteel. Rond 1500 bouwde koning James IV het eerste echte paleis, maar het gebouw dat er vandaag de dag staat, werd in 1671 door William Bruce ontworpen.
Holyroodhouse is een van de officiële Schotse residenties van de Britse koningin.

Het onderkomen voor het Schotse parlement is het meest controversiële gebouw van het laatste decennium. Het heeft ongeveer tien maal zoveel gekost als in het budget was voorzien en de geplande opleverdatum was ruim twee jaar overschreden voordat het in 2004 werd voltooid. Over het gewaagde, futuristische ontwerp van de Spaanse architect Enric Miralles zijn de meningen verdeeld.
De Schotse bevolking is gechoqueerd door de hoge kosten van het handgemaakte meubilair. Bij welke projekten hebben we dit soort (wan)toestanden al eens gehoord? Waar het tramnet in Edinburgh in de maak is en de meningen verdeelt, beschikt de stad niet over een metro. Wat niet is ...

A weekend in Edinborough, too short, too much to see. We moeten nog eens terugkeren om een soort 'down under' experience te ondergaan. Een tocht door de romantische Highlands, van Edinburgh naar Perth, over de uitstekende 'Highway to the Highlands' (A9) naar Inverness, de hoofdstad van de Highlands. We zullen onze verrekijker meenemen. Want op deze monstertocht over negenhonderd kilometer van Edinburgh naar Glasgow loert een spookbeeld naar ons: het monster uit het monstermeer Loch Ness. Alleen al voor deze rit heb je twee dagen nodig. Maar dan zit je alleen maar in de auto. Da's nie ons glas whiskie!!!

Eén ding is zeker: met Erna op stap, in Edinburgh of waar ook ter wereld, ontwikkel je via haar een scherp OOG VOOR DETAIL!:



donderdag 19 januari 2012

Hier i-i-i-s-s ... Adriaan van Dís


Op donderdagavond 19 januari 2012 ga ik samen met Corien naar de Witte Kerk in Heiloo. De lokale boekwinkel heeft Adriaan van Dis - wie kent hem niet - geëngageerd voor een lezing. Tja, met zo'n voorganger loopt de kerk natuurlijk vol. Liefst 250 toegangskaarten zijn in een mum van tijd aan de lezende mens gebracht. De grote opkomst en snelle kaartverkoop getuigen van bijzondere waardering voor het 'geaffecteerde' talenwonder (Nederlands, Frans, Zuid-Afrikaans, etc.), dat op een gedreven, inspirerende manier het Heiloo-er 'kerk'volk weet te boeien.

Als een doorlopende spraakwaterval vult hij een ómvliegend uur vol boeiende verhalen. Hij gaat er vervolgens drie kwartier 'pauzerend' voor zitten om zijn aan een lange rij liefhebbers ter plekke verkochte boeken te signeren (dat is écht werken), en voltooit de zeer geslaagde avond door na deze 'pauze' (waarin ook een wijntje wordt geschonken) op gepassioneerde wijze gestelde vragen uit zijn gehoor te beantwoorden.


... Leesbrillenleeftijd ...


Tevreden boekbezitters


Zelfde bouwjaar
Natuurlijk schaffen wij ook literatuur van Van Dis aan, mede om zijn signatuur vóór in ons nieuwe bezit te verwerven. Dat signeren een vermoeiende klus is, bewijst de schrijver in mijn exemplaar 'Stadsliefde, scènes in Parijs', waarin hij in eerste instantie 19 januari 2011 uit zijn rode pen laat vloeien, om het jaartal daarna te corrigeren in 2012.


In Parijs, waar Van Dis ruim zeven jaar woonde, heeft hij nog altijd een onderkomen(tje), een chambre de bonne. In deze metropool, waarin het nieuwe Europa zich voor zijn ogen voltrekt, wandelt hij om het avontuur en doet hij daar verslag van. Parijs is voor hem een stad waar schoonheid en rijkdom tegen armoede schuren. Veel mensen proberen zich een stad op een dergelijke manier eigen te maken, maar slechts weinigen kunnen hun ervaringen zo levendig, beeldend, geestig en soms ook beklemmend verwoorden als Van Dis. Ik lees deze aanbeveling onder meer op de achterflap, terwijl ik het boek nog moet verslinden om hopelijk daadwerkelijk met Parijs versmolten te worden.




Ici Paris, Paris vous parle ... je suis curieux. 'Pour Pieter', schrijft Adriaan in rode inkt in mijn net verworven boek, omdat ik mijn voornaam op z'n Frans naar hem uitsprak: Pietùr. "Je vous remercie", monsieur Van Dis.
Ook Corien raakt voluit geïnspireerd door deze mede door haar geliefde schrijver. Zij koopt, net als ik, naast zijn nieuwste boek 'Stadsliefde' de roman 'De Wandelaar' uit 2007, alle persoonlijk gesigneerd.


Alvast wat bladerend constateert Corien het grote lettertype, waarin beide uitgaven zijn gedrukt. Waar hem de vraag uit de zaal wordt toegeworpen hoe de jónge lezers aan zich te binden - en hij daar uitgebreid antwoord op geeft zonder de wijsheid in pacht te hebben, slechts de hoop en een beetje verwachting -, is de letterdruk van deze genoemde boeken in ieder geval op de oudere lezer gericht. Gezien mijn leesbrillenleeftijd ben ik daar ook heel blij mee (niet met die leesbril, maar met die grote letters).


Van mijn lezende, schrijvende en schilderende schoonmoeder ontvang ik de stadsliefdescènes uit Parijs in boekvorm als dankbaar schot voor de boeg op mijn 66-ste verjaardag binnenkort. Ik zie onmiddellijk dat A. van Dis ook uit bouwjaar 1946 stamt, volgens hem en mij een goed bouwjaar, ondanks de toen vigerende, bedreigende hongerwinter tijdens die oorlogsjaren.

Cor, ik en met ons Erna kunnen ons weer uren genoegzaam vermaken met een portie goed leesbare literatuur, ons grote genoegen, vér uitstekend boven het alledaagse geruis op de buis.
... Genieten ...
... Werken ...

... Gelauwerd ...


maandag 26 december 2011

KerstmisKruisbergKlim 2011




Maandag 26 december 2011, Tweede Kerstdag, lokt ons (trio Corien, Erna en Peter) naar het uitdagende Noord-Hollandse duinreservaat. Temperaturen van rond elf graden Celsius leiden ons niet naar het strand (badpakken vergeten), maar naar een rondje Kruisberg en omhoog. De klim herinnert aan ons avontuur van dit jaar in Drenthe, waar wij vanuit een soortgelijke houten uitkijktoren over de Doldersumse heide uitkeken.



Oost, west, thuis best. Na wandeling en klim keren wij voor het kerstdiner aan 't Laantje in het Heemskerkerduin terug naar het knusse domein dat 'Coriens Cottage' week in week uit is. Schrijversclub 'Evocatief' houdt er domicilie en schilderworkshops zijn er niet weg te denken evenementen vol kunst en vertier.
De menukaarten lachen ons toe. Wat zal het kerstdiner 2011 bieden? Kokkin Corien lijkt in haar 81ste levensjaar niet te stuiten! Feestelijke geuren begeleiden haar inspanningen ...

Gauw naar 't Laantje

Nee, niet hier
Geen schapenvlees!
Kerstboom?
Originele kersttak!
Alvast mijmeren over nieuwe vakantiebestemmingen ...
Het huiselijke kerstboompje ...

... de Lady Chief ...


De vijfgangen(!)ingrediënten verklappen wij niet. Wat wij wel willen zeggen: het was overheerlijk!

zaterdag 24 december 2011

Route 66 naar mooi 2012!

De kalenderroute leidt mij in het voor de boeg liggende jaar 2012 naar 66 (SIXTY-SIX).
However: still young and reislustig. Verjaarsweekeinde in februari: EDINBOROUGH.
Voorjaarszonnetje in april: ALGARVE. (Ja, ja, we worden echte overwinterjuniorsenioren).


(foto: Henk de Velde)
 Aan al mijn blogvolgers:

Mooie kerstdagen en een stralend, gezond 2012

zaterdag 10 december 2011

The Sailor tells, the Sailor sells

Het was vandaag - zaterdag 10 december 2011 - schitterend zeilweer. Geen neerslag, prachtige wolkenpartijen gelardeerd met een lachend zonnetje en een westnoordwesten briesje. Het nodigde uit tot een fietstochtje vanuit Limmen naar de Zaanstreek, waar zeezeiler Henk de Velde bij Dekker Watersport te Zaandam acte de présence gaf. Te midden van zijn boeken en dvd's bezette de avonturier een uitmuntende plek in deze fantastische zaak voor met name watersportliefhebbers.


In een uurtje was ik ter plaatse, waar mijn hoofdrolspeler gezellig aan de stamtafel zat te verhalen over zijn recent afgeronde 'Never Ending Voyage', met enkele aandachtige luisteraars in zijn gezelschap. Ik mocht mij erbij voegen, kreeg zelfs allervriendelijkst een kop koffie en een oliebol met poedersuiker aangeboden, waardoor mijn middag niet meer stuk kon. Zelfs de gedecideerde weervoorspelling die kenner Henk mij influisterde - "De wind gaat straks nog wat meer naar het noordnoordwesten" -, resulterend in een stevige trap terug naar huis, mocht de pret niet drukken. Integendeel, zou ik zeggen, want ten slotte waren hier mensen met een eendere interesse bijeen: interesse in de mens en avonturier, zeezeiler Henk de Velde.

Bij zijn fraai ingerichte stand zittend trok de maestro onmiddellijk publiek. Hij was al tevreden over de resultaten tot dan toe, maar in het halfuurtje dat ik de gang van zaken gadesloeg, verkocht hij al pratend het ene na het andere van zijn boek 'Een krijger onderweg naar huis', elk exemplaar uiteraard steeds gesigneerd en van een persoonlijk woord voorzien. Ook de dvd van zijn vier jaar durende reis vond gretig aftrek. Ik weet zelf maar al te goed hoe mooi deze is. Iedere keer opnieuw bekijk ik een deel en geniet ik van de bijzondere plekken op de aardbol die deze bijzondere man met zijn boot 'Juniper' aandoet. De allermooiste luchten, solo over de oceanen, bezoek aan het paradijs op aarde, je kunt er alleen maar van dromen, beter gezegd (lucht)fietsen, want ik ben helemaal geen zeiler. Maar deze man 'on the edges' van wat wel en niet kan, is voor mij een held, een voorbeeld, een kanjer.
Henk, het was mij weer een groot genoegen vandaag een uurtje in je nabijheid door te brengen. Ik wens je veel succes bij je volgende signeersessies en spreekbeurten. We treffen elkaar weer, somewhere, somehow!

vrijdag 2 december 2011

De ontwortelde bestuurder van de moderne tijd

Kafkaeskhet staat voor onheilspellend, voor nachtmerrie-achtig.
Kafka                                       Kafka                                  Kafka
                                De Gedaanteverwisseling
                               Geheimzinnige zakelijkheid

       Wat doe je als je het spook tegen het ongrijpbare lijf loopt?
               Je probeert steun te vinden om het te bestrijden.
                     
                          Een ingezonden brief naar de krant:


Kafka op bezoek in Limmen
Vorige week was ik bij wethouder E. F. G. Meijer (CK&G), waarmee ik van mening verschil over de uitvoering van het B&W-besluit ‘Definitieve aanwijzing clusterplaatsen’ van 24 mei 2011, toegestuurd aan belanghebbende bewoners. Het  ontwerpplan van oktober 2010 is door inspraak gewijzigd. ‘Mijn’ clusterplaats komt niet naast mij, maar aan de overkant. Door de inspraak luidt de bestuurlijke reactie ‘dat alle locaties van clusterplaatsen aan de Hogeweg naar de overkant worden verplaatst, en dat de rijroute (van de zijlader) hierdoor wordt aangepast’. De conclusie in het definitieve besluit: ’De zienswijze geeft aanleiding de locatie te wijzigen … geen aanwijzingen te veronderstellen dat de locatie overlast geeft voor anderen’. Als belanghebbende had ik nóch bij het ontwerpplan, nóch bij het definitieve besluit aanmerkingen. Tót … in oktober 2011 witte stippen voor mijn woning worden gekalkt. Hier komen zwarte tegels met witte driehoek. Mijn verbazing behelst het gemeenteplan om de verzamelplaats - zonder enig overleg - bij mij aan te leggen. Ik bel de contactpersoon: “Dit klopt niet. De clusterplaats in het definitieve besluit is aan de overkant. Op andere plekken aan de Hogeweg zijn ook ‘witte stippen’ gekalkt (nu tegels) in strijd met het definitieve B&W-besluit. Met die bewoners is wél overlegd!”. De ambtenaar: “Meneer, maakt u zich geen zorgen. Er is een verkeerde tekening gebruikt, het komt goed!”. Ik herhaal: “De tegels komen dus aan de overkant, conform het definitieve besluit?”. De ambtenaar: “Ja zeker!”. Niet dus. Een week later liggen de tegels op de plek van de ‘witte stippen’, aan de verkeerde kant van het definitieve besluit (bij mij geen tegels). Ik ben stomverbaasd en reageer direct. Dan treedt de geest van Kafka in werking. De verzamelplaatsen blijven aan mijn kant - westzijde Hogeweg - terwijl het B&W-besluit de oostzijde aanwijst. Ik kan hoog springen, ik kan laag springen, dat helpt niet. Wel nodigt wethouder Meijer mij ten gemeentehuize uit. Een prachtig gebouw, maar een slecht gesprek (één cactus is veel te weinig). De wethouder wil de historie omtrent ‘mijn’ verzamelplaats aan de Hogeweg weten. Ik wijs hem op het definitieve collegebesluit. Zijn ambtenaar gaf mij al eerder volmondig gelijk, heeft dat twee weken eerder ook in een brief van die strekking vastgelegd. Daar kwam het spook van Kafka weer om de hoek. Wethouder Meijer houdt de brief tegen. De erkenning door de ambtenaar naar mij wordt door de wethouder niet gehonoreerd. In mijn ogen volstrekt in strijd met wettelijke spelregels. Wij komen er in ons gesprek ten gemeentehuize niet uit. De wethouder zal op het geschil terugkomen. Daarna e-mailt de contactpersoon mij: ’De wethouder komt maandag 28 november 2011 (‘grijzebakkendag’) naar de Hogeweg om poolshoogte te nemen’. Ik blijf verbijsterd. Witte stippen in de natuur zitten (wille)keurig op rode paddenstoelen. Om van te genieten. Witte stippen op het wegdek, willekeurig door de gemeente neergekalkt, kunnen grote ergernis opleveren. Zeker als het verdwaalde stippen zijn, waarbij een kabouter die ze ontdekt steeds verder het bos wordt ingestuurd. Op 5 december komt ‘Klaas’ langs. Kafka doolt al enkele weken rond de Hogeweg  

Het spel om de macht
Ooit bestudeerde ik tijdens mijn studie het boek ‘Het spel om de macht’ van Mauk Mulder. Nooit kon ik bevroeden dat ik vier decennia later met ‘Mauk’ Meijer het spel om de macht in de praktijk mocht spelen. Hoewel ‘Mauk’ vanuit zijn toren niet anders kan dan heersen, was ik ervan overtuigd dat hij het van mij, eenvoudige burger, niet kón winnen. In de eerste plaats omdat de feiten dat klip en klaar uitwezen, en in de tweede plaats omdat ik bemerkte dat ‘Mauk’ een potentaat is die het spel nooit heeft bestudeerd. ‘Mauk’ doet maar wat. Ongecorrigeerd kan hij bij simpele burgers zijn ivoren spel toepassen. Let op  het verschil in woordgebruik: eenvoudig, en simpel.
Wethouder, wat betekent dat woord eigenlijk? Ik heb het de voorzitter van de CK&G-fractie gevraagd. Helaas krijg ik geen antwoord. Ik raak daar aan gewend, van de CK&G-wet-houder ontvang ik immers evenmin ant-woord. Dat is trouwens wel Consequent, maar Krankjorum en Gestoord.
CK&G, de letters slaan op een politieke partij, waarvan de voorzitter en ‘Mauk’ Meijer deel uitmaken.  ‘Mauk’ in de functie van wethouder, lees wet-houder …
Andere vraag. Waar staat de afkorting CK&G eigenlijk voor? Is Castricum Krom en Gebogen? Is Castricum Kwaad en Gebelgd? Is Castricum Klein en Geniepig? Zo kunnen we nog ú-ú-ú-ren doorgaan, met dank aan CK&G-baasje Meijer, een echte kletsmeier, Constant een Karig en Gemeen ‘menneke’. Minzame grijns op zijn gelaat, maar om de hete brij heen draaien, geen antwoorden verstrekken. De echte Mauk (Mulder) zou er een sociologische dissertatie over kunnen schrijven. Ik trouwens ook.
Beseft dat ‘menneke’ eigenlijk waarom hij zijn positie mag bekleden? Weet hij voor wie hij zijn taken niet alleen mag, maar ook móet uitvoeren? Realiseert hij zich dat de ‘politiek’ er voor de burger is, en niet andersom? Of vindt hij dat de gemeente Castricum het dorp Limmen als ‘bananendorp’ mag behandelen, en in ieder geval één inwoner als een chimpansee. Als een aap die hij met knijpen, knuppelen en koeioneren onder de duim - nou ja, duimpje – kan houden?
Ik vraag de CK&G-fractievoorzitter: “Bent ú ook zo’n gezagsdrager? Ook zo één die het spel om de macht met grimmig genot speelt, los van de bedoelingen van onze democratie, met het getrapte stelsel van volksvertegenwoordiging. Welnu, getrapt is er zeker, want getrapt word ík. Door een ‘menneke’ met veel branie, een ‘menneke’ dat bij nader inzien – uiteindelijk, hè hè - eieren voor zijn geld kiest. Als eenvoudig burger moet je strijd leveren voor dat nadere inzien, al heb je de handtekeningen van een B&W-besluit in je strijd zwart op wit voorhanden. Het ‘menneke’ uit datzelfde B&W-college draait en draait en draait. Toegeven? An-me-nooit-niet! Zelfs niet als hij de bocht door gedwóngen wordt. In een persproces waarin hij diezelfde eieren niet letterlijk naar zijn hoofd heeft gekregen, of naar zijn nette pak. Het ‘menneke’ is te klein om iets beschaafds te formuleren tegen een eenvoudige, edoch afgezeken burger. Het ‘menneke’ heeft nooit geleerd om bij aperte, aanwijsbare, wetsovertredende fouten een enkel woordje van excuus te uiten. Wat een klein ‘menneke’! Wat een miezerig, min, moedeloos makend, meierend menneke. Maak hem erelid, CK&G, van Castricum Kortzichtig en Gehavend.
O ja, mijnheer de voorzitter. U heeft mijn vraag uit het verleden ‘Wat betekent wet-houder eigenlijk?’ nog altijd niet beantwoord. Categorisch Kort van Geheugen misschien?
O ja, mijnheer de voorzitter. Nog een vraagje. ‘Kunt u mij wellicht een gesigneerde foto van uw ‘menneke’ bezorgen?’. Ik bezit een foto zonder handtekening, maar om nu weer ten gemeentehuistonele in ‘menneke’s kamer’ te verschijnen? Nee, dank u wel, mijnheer de voorzitter. De foto die ik heb is van Couleur Kleurloos en Grijs!

woensdag 30 november 2011

De alleenzame wereld volgens Henk


In een zeilboot rondt hij zes keer de wereld, steeds verschillende routes. Dat lijkt op onrust, het is zijn zoektocht naar rust. Henk, reiziger, solozeiler, kijkt naar de wereld van binnen en van buiten. Hij weet waar hij vandaan komt, hij weet waar hij heen gaat. Het is zijn ‘Never Ending Voyage’ … De mens is volgens Henk van nature eenzaam. Hij wordt alleen geboren, hij gaat alleen dood. Waarom?

‘Ik zoek niets, ik volg mijn gevoel, mijn hart. Mijn droom is een verhaal zo oud als de wereld. Waar ben ik aan begonnen? Eenmaal onderweg moet ik de reis afmaken. Mijn jongensdroom was met een zeilboot op de kracht van de wind uitvaren. Ik (nu 60-plus, PS) ben nog steeds bezig met die jongensdroom’.
Sinds zijn ‘definitieve’ vertrek enkele jaren geleden beschouwt hij ‘definitief’ als een groot woord. Hij gebruikte de woorden ‘nooit meer terugkomen’. Daar kwam hij van terug. De wereld is rond en Henk leert elke dag. Zonder doel kan hij (nog) niet leven. Hij is geen zwerver, hij moet ergens heen. Zijn weg is de weg van de droom.
‘Mijn einddoel is rust. Niet die van de dood, wat velen denken. Ik leef. Ik zoek de rust en dat zou wel eens nergens kunnen zijn. Nergens is ook ergens. Met een doel krijgt mijn reis zin. Alleen en eenzaam zijn twee verschillende dingen. Ik heb ze wel eens samengevoegd tot alleenzaamheid’.
Henk, de echte reiziger, is voortdurend onderweg, misschien wel naar iets onbereikbaars. Als echte pelgrim onderweg naar datgene wat hij mist. De alleenzaamheid van de pelgrim. De schoonheid schuilt in Henks contact met God. Dat is heel persoonlijk en het maakt hem niet uit hoe zijn God heet: gewoon God, de Oorsprong, het Alles. Het is dus misschien wel dat wat wij missen. Schoonheid, eerlijkheid, onbaatzuchtigheid, liefde …
‘Het is geen escapisme, geen weglopen. Daar waar ik heenga, is moeilijker dan thuisblijven. Ja, alleen zijn is absoluut een opperste kunst. Alleenzaamheid moet je ondergaan om het pure te ervaren. Het pure is witter dan sneeuw, blinkender dan goud. Het zit diep, diep, diep van binnen. Ik ben een zoeker. Ik zoek de weg naar thuis. Thuis in deze wereld is waar mijn hart is’.
Onze huidige westerse maatschappij verdringt elk gevoel van eenzaamheid. Neem de term ‘sociale media’. Dat is een vriendenkring die het gevoel van niet-alleen-zijn geeft. Maar met één druk op een knop kan dit gevoel uitgerangeerd worden. In onze maatschappij is geen ruimte voor eenzaamheid. In onze maatschappij moet je het gevoel hebben dat je een deel van de samenleving bent. Ben je wel eenzaam, wordt dit als ziekte gezien.
‘Zoek ik de ultieme eenzaamheid op? Is het iets spiritueels? Ik zoek het niet, ik bén het. Ik volg mijn hart zoals een monnik voor het klooster kiest. Dus heeft het iets spiritueels. Ik leer dat het Niets niet Nihilisme betekent, dat Niets niet Niks Doen is. Toch ben ik ook down-to-earth-Henk. Alleen als je down to earth bent, kun je met de elementen water, lucht en vuur omgaan. I face the storm. Letterlijk’.
Alles wat Henk op zee ervaart, is gevormd door gedachten en gevoelens vóór vertrek. Het was niet het reizen dat hij miste, het was niet het onderweg zijn dat hij miste, het was niet het zeilen dat hij miste. Het waren de ervaringen in het ongenoemde die hij miste. Het ‘onnoemlijke’ gaat alle andere ervaringen te boven. Henk ziet het belangrijkste van een reis, maar dat wordt overtroffen door wat hij voelt.
‘Het is een zeker gevoel, iets wat waarheid is, al zal het een schijntje ervan zijn. Binnen dat voelen bestaat het onuitsprekelijke, metafysische voelen. Langzaam is mijn leven naar een andere dimensie gestuurd. Een dimensie die je niet kunt delen. Vandaar een vorm van eenzaamheid. Geen eenzaamheid waarin je iets of iemand mist, maar een eenzaamheid in de nietigheid ten opzichte van het Grote’.
Henk heeft vele dagen onder vader Zon doorgebracht. Hij heeft vele nachten in grote verwondering naar zijn broeders de Sterren gestaard. Iedere maand volgde hij de gang van zijn moeder Maan. In stormen heeft hij zorgen gekend. Henk vond zijn rust in de zekerheid dat hij geen gemakkelijke reis was begonnen. Van binnen wist hij dat hij altijd veilig aan zou komen.
Het werkterrein van Henk de Velde is de wereld. Hij is een observator, die een aantal boeken schreef. Boeken waarin hij tussen de regels door filosofeert. Ik heb ze allemaal gelezen. Een vermoeden van vrijheid - Een reiziger in tussentijd - Een ijskoude doorbraak - Er is nooit een morgen - Nergens is ook ergens - Een krijger onderweg naar huis. Momenteel werkt Henk aan zijn nieuwste boek, dat in 2012 zal verschijnen: De omweg.
Op 19 april 2007 signeerde Henk mijn ijskoude doorbraak naar hem met ‘Iedereen vaart z’n eigen scheepje!’. Sindsdien beschouw ik hem als een grote, wijze vriend. Vandaar het bovenstaande verhaal, zíjn verhaal.
Op 24 november 2011 bevestigt krijger Henk, ‘thuis’ in Amsterdam-Noord, onze vriendschap in deel 2 van zijn reis zonder einde: ‘Voor Peter. Voor onze ontmoeting, en zeg dus nooit nooit!’.
Op 27 november 2011 mailt Henk mij: ‘Peter. Dat heb je mooi geschreven’.
Met veel dank aan mijn alleenzame vriend Henk de Velde.